Naar de inhoud
Steven’s StudyHub

HC 3: Duurzaam management

De derde dimensie van professioneel management is duurzaamheid. Kort gezegd: management moet sociaal, ecologisch en economisch kapitaal in stand houden en in balans brengen, nu en voor toekomstige generaties. Dit hoofdstuk behandelt de definitie van duurzame ontwikkeling (Brundtland), de drie soorten kapitaal (de drie pijlers uit het college), het Doughnut-model, footprints, de triple bottom line en het levenscyclusmodel. Op het tentamen moet je vooral kunnen herkennen of een praktijk onduurzaam, duurzaam of herstellend (restorative) is en de drie kapitalen kunnen onderscheiden.

Begin hier als dit nieuw voor je is
  • Kapitaal is in deze context een voorraad waarde die je kunt opbouwen of opmaken, net als geld op een spaarrekening. Duurzaam is: van de rente leven, niet van de hoofdsom.
  • Bottom line is de onderste regel van de winst-en-verliesrekening, het eindresultaat. De triple bottom line voegt daar een sociaal en een ecologisch eindresultaat aan toe.
  • Footprint (voetafdruk) is de totale impact van iemand of iets op een bepaald gebied, bijvoorbeeld de CO2-uitstoot van een product.

Het openingsvoorbeeld is tapijttegelproducent Interface, die in 1994 "Mission Zero" aankondigde: in 2020 geen enkele negatieve sociale, ecologische en economische impact meer. Dat lukte eerder dan gepland. Voorbeelden: modulaire tapijttegels (alleen versleten tegels vervangen), terugname en recycling van oude tegels, transportbanden die stoppen als er niets te vervoeren is, en Net-Works, waarbij vissers uit arme gemeenschappen worden betaald om oude visnetten uit zee te halen als grondstof. Het volgende doel is "Climate Take Back": meer CO2 opnemen dan uitstoten, dus herstellend worden.

Duurzame ontwikkeling

Definities
  • Duurzame ontwikkeling (Brundtland, Our Common Future, 1987): ontwikkeling die voorziet in de behoeften van het heden zonder de behoeften van toekomstige generaties in gevaar te brengen.
  • Duurzaam management: management dat sociaal, ecologisch en economisch kapitaal op korte, middellange en lange termijn in stand houdt en in balans brengt.
  • Duurzaamheid: de mate waarin een situatie ecologisch, sociaal en economisch kapitaal behoudt.

Kern van de Brundtland-definitie is intergenerationele rechtvaardigheid: wat we nu doen mag de behoeften van volgende generaties niet aantasten. Omdat we die behoeften niet precies kennen, moeten we vooral de basisvoorwaarden niet vernietigen. Let op het verschil tussen behoeften (voedsel, onderdak, erbij horen) en oppervlakkige wensen.

Status quo en toekomst

De laatste keer dat de mensheid duurzaam leefde was rond 1970, met een voetafdruk van 1. Nu gebruiken we bijna twee keer de draagkracht van de aarde: rond de zomer is de jaarvoorraad op (Earth Overshoot Day). Laasch schetst vier scenario's op twee assen, winst of verlies voor de samenleving en voor het milieu:

  • Equitable sustainability (winst/winst): het ideaal, een sociaal ontwikkelde mensheid binnen de grenzen van een gezonde planeet.
  • Fair, but deadly (samenleving wint, milieu verliest): gelijke welvaart ten koste van het ecosysteem.
  • Eco-colonialism (milieu wint, samenleving verliest): arme landen blijven arm zodat rijke landen een grote voetafdruk kunnen houden.
  • End of times (verlies/verlies): elkaar versterkende sociale en ecologische crises.

Het Doughnut-model (Kate Raworth) combineert twee grenzen: een sociaal fundament (minimale menselijke behoeften zoals gezondheid, huisvesting, onderwijs, gelijkheid, vrede en recht) en een ecologisch plafond (onder meer klimaatverandering, biodiversiteitsverlies, oceaanverzuring, vervuiling). Tussen die twee ligt de "veilige en rechtvaardige ruimte" voor de mensheid. We moeten twee dingen voorkomen: sociale tekorten (shortfall) en ecologische overschrijding (overshoot). Amsterdam was de eerste stad die het model als beleidsinstrument gebruikte.

De drie dimensies en drie kapitalen

Figuur 5.5 toont drie manieren om de dimensies te tekenen: een Venn-diagram waarin duurzaam pas ontstaat waar sociaal, ecologisch en economisch overlappen (sociaal + economisch = equitable, sociaal + ecologisch = bearable, ecologisch + economisch = viable); drie pilaren die samen het dak van duurzame ontwikkeling dragen; en geneste cirkels waarin de economie binnen de samenleving valt en de samenleving binnen het milieu. Het voorbeeld van China: sterke economische en sociale groei zonder ecologische ontwikkeling leidde tot onleefbare luchtvervuiling.

De diepere analyse ziet de dimensies als drie soorten kapitaal (de drie pijlers uit het college). Duurzame ontwikkeling vergroot alle drie tegelijk, of verkleint er in ieder geval geen enkele:

KapitaalInhoudVoorbeelden
Sociaal kapitaalWaarde die belichaamd is in mensen en in de relaties tussen mensen: individueel menselijk kapitaal en collectief gecreëerde waardeKennis, vaardigheden, waarden, gezondheid, welzijn, gedeelde cultuur, collectieve welvaart
Natuurlijk (ecologisch) kapitaalHernieuwbare en niet-hernieuwbare natuurlijke hulpbronnen, inclusief niet-materiële diensten van de natuurGrondstoffen, maar ook recreatiewaarde van de natuur, bestuiving door bijen, veerkracht van ecosystemen, biodiversiteit
Economisch kapitaalWaarde uit materiële en immateriële bedrijfsmiddelen, uit te drukken in geldMachines en fabrieken (door mensen gemaakt kapitaal), merkwaarde en klantentrouw, kasstromen en financiële middelen
Uit de weekopdracht

Is één pijler belangrijker dan de andere? Nee. De kunst is ze te balanceren en sociale, ecologische en economische doelen tegelijk na te streven. Als één kapitaal wordt uitgeput, komt de duurzaamheid van het geheel in gevaar.

Footprints en sectoren

Een footprint telt één of meer soorten ecologische, sociale of economische impact op voor een vooraf bepaalde eenheid, bijvoorbeeld de waterfootprint per product, CO2 per werknemer, vrijwilligersuren per werknemer of omzet per uitgegeven euro. Vergelijk je het gebruik met wat de aarde kan aanvullen (de biocapaciteit), dan geldt:

  • footprint > 1: onduurzaam, het verbruik overtreft de aanvulling;
  • footprint = 1: (neutraal) duurzaam, verbruik en aanvulling zijn gelijk;
  • footprint < 1: herstellend (restorative), er wordt minder verbruikt dan er bijkomt, zoals Cargill dat meer water in stroomgebieden wil terugbrengen dan het onttrekt.

Wereldwijde duurzaamheid lukt alleen als drie sectoren elk een footprint van 1 of lager halen (figuur 5.7): bedrijven via duurzaam management (instrument: levenscyclusmanagement), individuen via duurzaam leven (instrument: leefstijltransformatie) en landen via duurzaam bestuur (instrument: duurzaamheidsbeleid). Als één sector afhaakt, is wereldwijde duurzaamheid onmogelijk.

Triple bottom line management

De triple bottom line (TBL of 3BL, John Elkington) is de gecombineerde sociale, ecologische en economische waarde of impact van een activiteit, vaak samengevat als People, Planet, Profit. Elkington bedoelde het als instrument voor systeemverandering van het kapitalisme. Triple bottom line management omvat praktijken die alle drie de bottom lines beïnvloeden om tot een neutrale of positieve uitkomst te komen. Innocent Drinks verwoordt het als: impact van negatief naar neutraal of, liever nog, positief brengen.

Laasch onderscheidt typen management naar de netto TBL-impact:

  1. Bovengemiddeld onduurzaam (below-average): negatieve impact, slechter dan vergelijkbare bedrijven.
  2. Gemiddeld onduurzaam: negatieve impact die normaal is voor de sector.
  3. Duurzaam: een kleine negatieve impact die het herstelvermogen van de planeet niet overschrijdt.
  4. Neutraal: netto nul.
  5. Herstellend (restorative): netto positief; vult minstens één kapitaal aan zonder een ander uit te putten.

In de principes van het hoofdstuk wordt dit vereenvoudigd tot: onduurzaam management heeft een negatieve TBL, duurzaam een neutrale en herstellend een positieve.

Belangrijk: je moet in elke dimensie duurzaam zijn. Een praktijk die sociaal herstellend en ecologisch neutraal is, maar zo duur dat ze economisch niet vol te houden is, is als geheel onduurzaam. De twee metataken van duurzaam management zijn daarom:

  • Sustaining: geen enkel kapitaal laten uitputten (gisteren, vandaag, morgen). Wie sociaal kapitaal niet onderhoudt, krijgt bijvoorbeeld vakbondsprotesten.
  • Balancing: de drie kapitalen elkaar laten versterken, niet het ene bevoordelen ten koste van het andere, en waar nodig afwegingen maken. Het einddoel is een triple win (win-win-win) voor bedrijf, samenleving en milieu.

Het levenscyclusmodel en life-cycle assessment

Om impact te managen moet je hem eerst in kaart brengen. Het levenscyclusmodel (figuur 5.9, slide "Levenscyclusmodel") volgt een product van begin tot eind rond de focal entity: source (grondstoffen winnen en inkopen), create (produceren), use (gebruik), en daarna reuse (hergebruik), recycle of dispose (afdanken). Hergebruik en recycling sluiten de kringloop; afdanken is het einde van de lijn.

Life-cycle assessment (LCA) is het in kaart brengen van ecologische, sociale en economische impact in de fasen productie, gebruik en einde levensduur. Voorbeeld uit het boek: een Indiase kolenmijn die haar eigen activiteiten met zonne-energie aandrijft (productiefase), terwijl de kolen zelf in de gebruiksfase sterk vervuilend zijn. Varianten: ecologische LCA (water, lucht, biodiversiteit), life-cycle costing (economisch: lonen, toegevoegde waarde, winst per fase) en sociale LCA (moeilijker meetbaar; indicatoren via GRI). De optelsom voor alle producten van een bedrijf is de life-cycle impact inventory, in het boek uitgewerkt voor Samsung.

Het LCA-proces kent vier stappen (figuur 5.10):

  1. Goal and scope: waarom doe je de analyse en welke delen van het systeem neem je mee? Bij broeikasgassen bepaalt de gekozen scope (het Greenhouse Gas Protocol) hoeveel een claim als "net zero" waard is.
  2. Life-cycle inventory: alle inputs en outputs kwantificeren: data verzamelen, berekenen en toewijzen aan producten.
  3. Life-cycle impact assessment: de betekenis van de impact beoordelen en ordenen, bijvoorbeeld tot een waterfootprint of een end-of-use impact.
  4. Interpretatie: de schakel naar impact management: acties plannen op basis van de uitkomsten.

De slide "Triple bottom line" (figuur 5.12) combineert beide ideeën in een matrix: kolommen voor ecologische, sociale en economische impact, rijen voor de levenscyclusfasen productie, consumptie en einde gebruik. Zo kun je per cel een footprint bepalen, bijvoorbeeld de productwaterfootprint (ecologisch, alle fasen) of de besparing per klant (economisch, gebruiksfase).

Impact management

Drie eenvoudige principes: optimaliseer de TBL-impact richting duurzaamheid (een zeer winstgevend bedrijf kan winst herinvesteren in de sociale en ecologische bottom line), elimineer verspilling in elke vorm, en schaal goede praktijken op en inspireer anderen.

Dieselgate en duurzaamheid

Het college sloot af met de vraag wat dieselgate betekent voor de drie kapitalen. Ecologisch: meer stikstofoxiden en slechtere luchtkwaliteit dan beloofd. Sociaal: gezondheidsschade en verlies aan vertrouwen. Economisch: miljardenboetes, schadeclaims en reputatieschade. Kortetermijnwinst ging ten koste van alle drie de kapitalen op langere termijn.

Voor het tentamen
  • Brundtland-definitie en intergenerationele rechtvaardigheid.
  • De drie kapitalen met voorbeelden; geen pijler is belangrijker; sustaining en balancing.
  • Footprint > 1 onduurzaam, = 1 duurzaam, < 1 herstellend; de drie sectoren.
  • Triple bottom line = People, Planet, Profit (Elkington); een praktijk moet in alle drie de dimensies duurzaam zijn.
  • Levenscyclusmodel (source, create, use, reuse, recycle, dispose) en de vier stappen van LCA.
  • Doughnut-model: sociaal fundament en ecologisch plafond; de vier scenario's.

Andere hoofdstukken van Inleiding Verantwoordelijke Organisatie

Test jezelf met oefenvragen