HC 7: Innovatie
Marketing is waarde leveren aan klanten met winst, en innovatie is de manier om die waarde steeds te vernieuwen. Dit college behandelt wat innovatie is en wat niet, hoe innovatie ontstaat, welke soorten innovatie er zijn, het verloop van technologie in de S-curve, disruptieve innovatie, het innovator's dilemma, ambidextrie, diffusie van innovaties en waarom de meeste innovators er zelf weinig aan verdienen. Het verplichte artikel is Salter en Alexy (2014), The Nature of Innovation, dat twaalf "stylized facts" over innovatie beschrijft. Veel stof in dit college staat niet in het boek maar is wel tentamenstof.
- Uitvinding (invention). Een nieuw idee dat is vastgelegd in een object of dienst.
- Innovatie. Een uitvinding die commercieel of industrieel wordt toegepast.
- Stylized fact. Een algemeen patroon dat in veel onderzoek steeds terugkomt; Salter en Alexy vatten de kennis over innovatie samen in twaalf van zulke feiten.
Achteraf is innovatie simpel
Het college opende met beroemde misinschattingen: een directeur van het Amerikaanse octrooibureau die in 1899 zou hebben gezegd dat alles al uitgevonden was, Edison die dacht dat de gekte rond de radio zou overwaaien, een IBM-topman die een wereldmarkt van vijf computers voorzag, en een topman van Digital die geen reden zag voor een computer thuis. De les: achteraf lijkt het vanzelfsprekend welke innovaties zouden slagen, vooraf is dat bijna onmogelijk te zien.
Wat is innovatie?
Innovatie is de commerciële of industriële toepassing van iets nieuws. Innovatie is dus niet zomaar iets nieuws doen. Een uitvinding is het vastleggen van een idee in een nieuw object of een nieuwe dienst; pas als die uitvinding commercieel wordt toegepast, is er sprake van innovatie.
Creativiteit, uitvinding (ontdekking) en innovatie zijn drie aparte stappen. Stylized fact 7: creativiteit is even belangrijk voor uitvinding als uitvinding voor innovatie, maar het zijn afzonderlijke elementen van het innovatieproces. Creativiteit kun je trainen, bijvoorbeeld met de techniek random connections: je koppelt een willekeurig woord (zoals licht of warmte) aan je probleem om op nieuwe ideeën te komen.
Hoe ontstaat innovatie?
Schumpeter beschreef innovatie als het uitvoeren van nieuwe combinaties. Stylized fact 2: de meeste innovaties bestaan uit nieuwe combinaties van bestaande elementen, kennis of technologie. De smartphone combineerde een telefoon, een camera, een muziekspeler en internet.
Innovatie in de samenleving:
- Stylized fact 1: innovatie speelt een grote rol in de groei van productiviteit.
- Stylized fact 3: innovatie zit overal in het economische systeem, in alle sectoren, niet alleen in hightech.
Incrementele versus radicale innovatie
| Incrementeel | Radicaal | |
|---|---|---|
| Wat | Relatief kleine aanpassing van een bestaand product, proces of dienst | Een compleet nieuw product, proces of dienst, of een enorme verandering van een bestaand |
| Voordeel | Kost vaak minder middelen, minder risico | Veel groei en veel winstpotentieel |
| Nadeel | Weinig groei en weinig winstpotentieel | Kost veel middelen, hoge kans op falen |
Stylized fact 4: de meeste verandering door innovatie is evolutionair: incrementele aanpassingen van bestaande elementen. Stylized fact 5: radicale, revolutionaire veranderingen zijn zeldzaam en grotendeels onvoorspelbaar.
Oefenvraag: Coca-Cola Cherry uit 1985, een nieuwe smaak van een bestaand product, is een incrementele innovatie. Het is geen uitvinding, want het product werd gewoon op de markt gebracht.
De technology S-curve
Als je de prestaties van een technologie uitzet tegen de tijd (of de geïnvesteerde inspanning), ontstaat een S-vorm:
- Begin: een nieuwe technologie start; er wordt weinig vooruitgang geboekt.
- Midden: er komt een doorbraak en er ontstaat een dominant design; de prestaties verbeteren snel.
- Einde: de grenzen van wat mogelijk is worden bereikt; de prestaties veranderen nauwelijks nog.
| Era of ferment (begin) | Era of incremental change (na het dominant design) |
|---|---|
| Startpunt van een nieuwe technologie | Algemene acceptatie van een industriestandaard of dominant design |
| Veel concurrentie en onzekerheid tussen ontwerpen | Focus op procesinnovatie om kosten te verlagen en efficiëntie te verhogen |
| Focus op productinnovatie | Differentiatie via kleine ontwerpvariaties |
Oefenvraag: aan het einde van de S-curve vinden vooral procesinnovaties plaats. Uiteindelijk komt er vaak een nieuwe technologie met een eigen S-curve die de oude vervangt. Stylized fact 10: er zijn regelmatige patronen in innovatieve activiteit over de tijd, en sterke complementariteit tussen soorten innovatie.
Soorten innovatie
Stylized fact 9: er bestaat een enorme variëteit aan soorten innovatie.
| Soort | Omschrijving | Voorbeeld (televisie) |
|---|---|---|
| Productinnovatie | Nieuwe of sterk veranderde fysieke producten | Van beeldbuis-tv naar flatscreen |
| Procesinnovatie | Nieuwe of sterk verbeterde methode om te produceren of te leveren; hoe wordt het werk gedaan? | De assemblagelijn herontwerpen zodat tv's betrouwbaarder gemaakt worden |
| Dienstinnovatie | Nieuwe of verbeterde ontastbare producten, met veel klantinteractie en vergankelijkheid | Klanten de mogelijkheid bieden een tv op afbetaling te kopen |
Disruptieve innovatie en het innovator's dilemma
Een disruptieve innovatie (Christensen) is een product of dienst met andere kenmerken dan bestaande producten, dat voor een lagere prijs wordt aangeboden en eerst niet interessant is voor de mainstream markt. Een nieuwe markt of de onderkant van de markt (low-end) ziet er wel voordelen in. Door verdere incrementele verbeteringen voldoet het nieuwe product uiteindelijk beter aan de behoeften dan de bestaande producten, en verovert het de hoofdmarkt. De pc tegenover de minicomputers van Digital is het klassieke voorbeeld.
Waarom worden bestaande bedrijven verrast? Het innovator's dilemma: een succesvol bedrijf wil steeds betere producten maken voor zijn huidige klanten, richt zich op incrementele innovatie voor die klanten en verdient daar het meeste. Het heeft dus geen reden om zich te richten op de low-end klanten die een net andere behoefte hebben. Precies daar ontstaat de disruptie.
Tegenwoordig wordt bijna alles disruptief genoemd. Is Uber disruptief? Toets het aan de definitie: begon Uber in een nieuwe markt of aan de onderkant van de markt, en waren de prestaties eerst slechter dan die van taxi's? Uber bood vanaf het begin een vergelijkbare of betere dienst aan bestaande taxiklanten; volgens de strikte definitie is het daarom geen disruptieve innovatie.
Ambidextrie: exploratie en exploitatie
Bedrijven moeten tweehandig (ambidextrous) zijn: tegelijk het bestaande uitbuiten en het nieuwe verkennen (March).
- Exploratie: zoeken, variëren, risico nemen, experimenteren, spelen, flexibiliteit, ontdekken, innoveren.
- Exploitatie: verfijnen, kiezen, produceren, efficiëntie, selecteren, implementeren, uitvoeren.
| Vorm | Hoe |
|---|---|
| Structurele ambidextrie | Opsplitsen in verschillende business units: de ene exploreert, de andere exploiteert |
| Temporele ambidextrie | Exploratie en exploitatie afwisselen in de tijd |
| Contextuele ambidextrie | Tegelijk beide nastreven binnen dezelfde eenheid; medewerkers kiezen zelf hoe ze hun tijd verdelen |
Stylized fact 12: er bestaat een duidelijke set organisatieroutines die organisaties helpt het innovatieproces beter te managen.
Is innovatie het werk van eenzame genieën?
Edison had meer dan duizend patenten, maar zijn echte kracht was dat hij uitvindingen omzette in commerciële successen. Hij begreep dat een gloeilamp niets waard is zonder elektriciteit, dus ontwikkelde hij ook de opwekking en distributie van stroom, schakelaars, kabels en lampen. Toch is innovatie meestal geen zaak van visionairs alleen:
- Stylized fact 6: innovatie is relationeel en omvat meestal samenwerking tussen twee of meer partijen. Mensen zijn vaak in één gebied gespecialiseerd; samenwerking binnen een bedrijf en met klanten laat meer nieuwe combinaties zien.
- Kennis is niet altijd makkelijk te delen. Expliciete (gecodificeerde) kennis kun je opschrijven. Tacit (stilzwijgende) kennis is gebaseerd op intuïtie en ervaring en is moeilijk over te dragen. Stylized fact 11: innovatie is "plakkerig": locatie doet ertoe, omdat tacit kennis zich niet makkelijk verplaatst (denk aan Silicon Valley).
Is er vraag naar de uitvinding?
Een interessante uitvinding betekent nog niet dat consumenten haar willen. De uitvinding moet een behoefte vervullen: "necessity is the mother of invention". Dit heet need pull (tegenover technology push, waarbij de technologie het vertrekpunt is). Soms komen consumenten zelf met innovaties: lead users zijn actieve, geïnteresseerde gebruikers met een sterke behoefte die de markt voor is, en die vaak zelf oplossingen bedenken (mountainbikes ontstonden doordat fietsers zelf hun fietsen aanpasten).
Diffusie van innovaties
De diffusiecurve van Rogers laat zien hoe een innovatie zich over de bevolking verspreidt. Het aantal nieuwe gebruikers volgt een klokvorm:
| Groep | Aandeel |
|---|---|
| Innovators | 2,5% |
| Early adopters | 13,5% |
| Early majority | 34% |
| Late majority | 34% |
| Laggards (achterblijvers) | 16% |
Moore wees op de kloof (the chasm) tussen de early adopters en de early majority. Early adopters zijn enthousiast over iets nieuws, de early majority wil zekerheid en een bewezen oplossing. Veel innovaties komen niet over die kloof heen en blijven steken in een niche.
Waarom verdienen niet alle innovators aan innovatie?
Stylized fact 8: de meeste innovators slagen er niet in de opbrengsten van hun innovatie binnen te halen; opbrengsten binnenhalen vraagt andere vaardigheden dan innovaties creëren. Manieren om de opbrengsten wel te beschermen:
| Mechanisme | Hoe het beschermt |
|---|---|
| Geheimhouding | Concurrenten weten niet hoe het werkt (het recept van Coca-Cola) |
| Opgebouwde tacit kennis | Moeilijk te delen en dus te kopiëren |
| Voorsprong en after-sales service | Zeker in combinatie met overstapkosten voor klanten |
| De leercurve | Wie eerst begint, maakt zijn product sneller goedkoper per stuk |
| Complementaire middelen | Zoals Edison met de stroominfrastructuur |
| Productcomplexiteit | Moeilijker na te maken door reverse engineering |
| Patentbescherming | Zoals bij medicijnproducenten |
Tool: het Value Proposition Canvas
Het Value Proposition Canvas (Strategyzer) helpt een innovatie te positioneren rond wat de klant waardeert en nodig heeft. Het heeft twee kanten die op elkaar moeten passen:
- Klantprofiel (cirkel): customer jobs (wat probeert de klant gedaan te krijgen?), pains (frustraties, risico's, obstakels) en gains (gewenste uitkomsten en voordelen).
- Waardepropositie (vierkant): producten en diensten, pain relievers (wat neemt de pijn weg?) en gain creators (wat levert de gewenste voordelen?).
Er is een fit als de pain relievers en gain creators aansluiten op de belangrijkste pains en gains van de klant. Zo dwingt het canvas je om bij de klantbehoefte te beginnen in plaats van bij de technologie.
- Innovatie = commerciële toepassing van iets nieuws (Schumpeter); uitvinding is nog geen innovatie. Innovatie = vooral nieuwe combinaties.
- Incrementeel versus radicaal, met voor- en nadelen. Coca-Cola Cherry = incrementeel.
- S-curve: eerst productinnovatie (era of ferment), na het dominant design procesinnovatie; aan het einde vooral procesinnovatie.
- Product-, proces- en dienstinnovatie. Disruptief: goedkoper, eerst inferieur, begint in nieuwe of low-end markt; innovator's dilemma.
- Exploratie versus exploitatie; structurele, temporele en contextuele ambidextrie.
- Tacit versus expliciete kennis, need pull, lead users, diffusiecurve en chasm, mechanismen om opbrengsten te beschermen, Value Proposition Canvas.
- Ken de stylized facts uit Salter en Alexy op hoofdlijnen.
Andere hoofdstukken van Inleiding Marketing en Strategie
- HC 1: Marketing en klantwaarde
- HC 2: Wat is strategie?
- HC 3: Strategieformulering en executie
- HC 4: Consumentengedrag
- HC 5: Segmentatie, targeting en positionering
- HC 6: Product- en merkmanagement
- HC 8: Macro-omgeving en scenario's
- HC 9: Industrieanalyse en concurrentie
- HC 10: Interne analyse: resources en capabilities
- HC 11: SWOT, TOWS en businessmodellen
- HC 12: De verantwoordelijke organisatie
- HC 13: Gastcollege JDE: merken makkelijk te kopen