Naar de inhoud
Steven’s StudyHub

HC 4: Kritische managementperspectieven

Dit hoofdstuk introduceert de kritische managementstudies (Critical Management Studies, CMS), de traditie waarin de Nijmeegse bedrijfskunde zich nadrukkelijk plaatst. Het kritische paradigma uit HC 3 wordt hier uitgewerkt: wetenschap is niet neutraal, theorieën komen ergens vandaan en dienen bepaalde belangen. Het centrale artikel is Banerjee (2022) over het dekoloniseren van managementtheorie, met de begrippen epistemische blindheid, epistemisch wissen en epistemisch reductionisme. Daarnaast komen eugenetica en imperialisme aan bod als voorbeelden van waarom kritische studies nodig zijn.

Start hier als dit nieuw voor je is
  • Kolonialisme: de overheersing van gebieden en volken door (vooral Europese) mogendheden, met economische uitbuiting, slavernij en het opleggen van taal, recht en cultuur.
  • Postkoloniaal: na de formele onafhankelijkheid; postkoloniale studies onderzoeken hoe koloniale verhoudingen doorwerken in economie, politiek, cultuur en kennis.
  • Epistemisch: wat met kennis te maken heeft (van epistemologie). Epistemische macht is de macht om te bepalen wat als kennis geldt.
  • Neoliberalisme: een politiek-economische ideologie die vrije markten, concurrentie, individuele verantwoordelijkheid en een kleine rol van de overheid centraal stelt.

Doel van onderzoek: vier paradigma's naast elkaar

Het college herhaalt de axiologie van de vier paradigma's, omdat die het kritische perspectief scherp maakt:

  • Positivisme: waarheidsvinding, zoveel mogelijk objectieve kennis over de werkelijkheid.
  • Pragmatisme: bijdragen aan kennis over een praktijkprobleem (niet neutraal).
  • Constructivisme: de meervoudigheid van de werkelijkheid zichtbaar maken en begrijpen hoe een groep betekenis geeft.
  • Kritische theorie: onderdrukte groepen zichtbaar maken en emanciperen.

Wat is kritische theorie?

De basisaanname van kritische theorie is dat wetenschap niet neutraal of objectief is. Wat als "hoe het hoort" geldt, is sociaal geconstrueerd. De vertrekvragen zijn:

  • Waar komt deze theorie vandaan?
  • Wat is de autoriteit van deze theorie, waarom wordt ze geloofd?
  • Wat is de relevantie, en voor wie?

Toegepast op management: waarom denken we dit (managementtheorie), waarom geloven we dit (managementdenken), waarom doen we dit (managementpraktijk), en wie heeft hier belang bij?

De organisatie wordt in dit perspectief gezien als een machtsstrijd, een politieke arena. Groepen binnen een samenleving of organisatie zetten kennis en structuren actief in voor hun eigen belang. Organisaties kunnen een instrument van privilege zijn en een instrument van onderdrukking. Het doel van wetenschap is dan:

  • tegenwicht bieden aan dominante (meerderheids)groepen;
  • machtsstructuren en machtsverschillen blootleggen;
  • misstanden aan de kaak stellen;
  • groepen die niet gezien of gehoord worden een stem geven;
  • actief bijdragen aan het veranderen van management.

De aannames onder veel gangbare managementtheorie die het college benoemt: neoliberalisme, kapitalisme, conservatisme, een klassenmaatschappij en een westers perspectief. Easterby-Smith koppelt kritische theorie aan de Frankfurter Schule en Habermas: de samenleving produceert ongelijkheid en vervreemding die onzichtbaar blijft voor wie het overkomt, mensen krijgen een vals bewustzijn over hun behoeften, en kennis wordt bepaald door belangen. Sociale wetenschap moet daarom dialogisch zijn: onderzoeker en onderzochten proberen samen de situatie te begrijpen.

Waarom zijn kritische managementstudies nodig? Eugenetica als voorbeeld

Eugenetica (zie HC 2) laat zien hoe een "wetenschap" ingezet kan worden voor onderdrukking. Ze ging uit van de aanname dat alle individuele verschillen aangeboren zijn, deelde de samenleving in naar ras en gaf de rassen met een vermeend betere kans op voorspoed voorrang. Begin twintigste eeuw leidde dat in de Verenigde Staten tot een verbod op huwelijken tussen rassen. Kritische managementstudies zijn nodig om:

  • bloot te leggen waar en hoe elementen van eugenetica nog worden geloofd en versterkt, als sociale constructie (denk aan selectie op basis van "aangeboren" talent of intelligentie);
  • bloot te leggen waar en hoe macht en onderdrukking worden gecreëerd en als machtsinstrument worden ingezet.

Imperialisme en theoretisch imperialisme

Definities

Imperialisme: de eigen cultuur en politiek overbrengen op of opleggen aan een overheerste bevolking.

Theoretisch imperialisme: westerse managementtheorieën die als universeel worden gepresenteerd en worden opgelegd aan niet-westerse contexten, terwijl ze geworteld zijn in koloniale verhoudingen. Managementpraktijken die voortkomen uit koloniale repressie, zoals slavernij, bestaan nog steeds.

Het college verbindt dit met multinationals: bedrijven met vestigingen in meerdere landen, dochters die zelfstandig mogen optreden, aandelen die wereldwijd verhandeld worden. Zij brengen westerse managementmodellen naar andere delen van de wereld.

Banerjee (2022): Decolonizing management theory

Banerjee reageert op een debat tussen twee groepen auteurs. De ene groep (Filatotchev en anderen) wil westerse theorieën beter "contextualiseren" met een open-systeemperspectief. De andere groep (Bruton en anderen) wil "inheemse theorie" ontwikkelen die echt uit lokale contexten voortkomt. Banerjee vindt dat beide voorstellen niet ver genoeg gaan: ze blijven ingebed in westerse kennisstructuren die kennis over "de Ander" produceren. Hij pleit voor het dekoloniseren van kennisproductie.

Zijn belangrijkste argumenten:

  • Beide groepen gaan impliciet uit van een realistische ontologie en positivistische epistemologie: theorie gaat over relaties tussen variabelen die je kunt operationaliseren en toetsen. Niet-westerse kennis is niet gebonden aan die normen, dus contextualiseren binnen een positivistisch en functionalistisch paradigma lost het probleem niet op.
  • Theorieën zijn performatief: ze beschrijven de werkelijkheid niet alleen, ze vormen haar ook. Banerjee geeft het voorbeeld van een Chinese promovenda die Chinese managers onderzocht met de cultuurdimensies van Hofstede. De scores klopten niet met wat ze verwachtte, en ze dacht dat er iets mis was met de managers, niet met de schaal. Een universeel gepresenteerde theorie maakt een groep zo "gebrekkig".
  • Het woord inheems heeft twee betekenissen die door elkaar lopen: lokaal (tegenover buitenlands, zo gebruikt in internationale bedrijfskunde) en Inheemse volken (oorspronkelijke bewoners met een eigen taal, cultuur en band met land, die door koloniale staten zijn ingelijfd). Die verwarring maakt koloniale geschiedenissen onzichtbaar.

Postkoloniaal en dekoloniaal denken

Postkoloniale studies (vanaf de jaren tachtig, onder meer Said, Bhabha en Spivak) onderzoeken hoe koloniale erfenissen doorwerken via neokoloniale structuren van politieke, economische en culturele controle, en hoe de westerse ontwikkeling de norm werd waaraan andere geschiedenissen worden gemeten (eurocentrisme). Dekoloniaal denken komt vooral uit Latijns-Amerika (Quijano, Mignolo) en richt zich op de kolonialiteit van macht: een geracialiseerde indeling van samenlevingen die structurele ongelijkheid in stand houdt, ook na de onafhankelijkheid. Het wil alternatieve epistemologieën ontwikkelen vanuit het perspectief van gemarginaliseerde groepen. Westerse organisatiekennis is in die zin een vorm van epistemische kolonialiteit: ze definieert de problemen van ontwikkelingslanden en de oplossingen alleen vanuit een markteconomie.

Drie epistemische begrippen

BegripBetekenisVoorbeeld
Epistemische blindheidDe epistemologische aannames van een kennissysteem bepalen welke kennis mogelijk is en wat als waar of onwaar geldt. Wie die aannames niet ziet, ziet andere manieren van weten niet. In managementtheorie worden geschiedenissen van ras, racisme en kolonialisme weggelaten of weggepoetst.Scientific management wordt gepresenteerd zonder te vermelden dat technieken om productiviteit te sturen al op slavenplantages werden toegepast: wie het meeste katoen plukte kreeg een kleine beloning, dat werd de norm, en wie de norm niet haalde kreeg zweepslagen.
Epistemisch wissen (erasure)Wanneer één manier van weten dominant wordt, leidt blindheid tot het ontkennen of ondergeschikt maken van andere kennis, door die weg te zetten als "traditioneel", "bijgeloof" of "etnowetenschap".Australië werd als terra nullius (niemandsland) beschouwd, terwijl het al tienduizenden jaren bewoond was. Of: onderzoek dat inheemse leiderschapspraktijken van vrouwen afdoet als bijgeloof omdat ze niet in een westers leiderschapsmodel passen.
Epistemisch reductionismeEen westerse lens die andere kennis terugbrengt tot een "hanteerbaar" niveau dat in bestaande theorie past, en daarmee de holistische basis van inheemse kennis uitwist.Onderzoekers die de Confucianistische filosofie of de islamitische cultuur willen "reduceren" tot een paar variabelen waar ze het over eens kunnen worden.

Banerjee noemt nog meer voorbeelden. Onderzoekers spreken van institutional voids (ontbrekende instituties) in arme landen, en bedrijven die die gaten opvullen met CSR. Maar die gaten zijn vaak ontstaan doordat koloniale machten bestaande systemen vernietigden. Opvullen met westerse marktinstituties kan lokale arrangementen verder uitwissen. CSR in landen met zwakke instituties kan de macht van multinationals juist vergroten; het Braziliaanse bedrijf Odebrecht werd geprezen om zijn duurzaamheidsinitiatieven en kreeg later een miljardenboete voor corruptie. De beschrijving van "Chinees management" als succesverhaal verzwijgt de onderdrukking van etnische minderheden in China. Een stakeholdertheorie kan zelf een vorm van stakeholderkolonialisme worden.

Een dekoloniale onderzoeksagenda

  • Begin met een kritische analyse van de koloniale dimensies in bestaande theorieën.
  • Maak het politieke expliciet en stop met de vergeefse zoektocht naar objectieve, waardevrije theorie die de dominante kennisstructuren reproduceert.
  • Pak de uitsluiting van zwarte en inheemse mensen en mensen van kleur in kennisproductie aan als een kwestie van epistemische rechtvaardigheid.
  • Gebruik contextuele reflexiviteit via dialoog tussen Noord en Zuid, zonder het lokale onkritisch te verheerlijken.
  • Erken dat inheemse kennis vaak uitgaat van relationele ontologieën waarin mensen en niet-mensen samen de werkelijkheid vormen, onverenigbaar met het westerse beeld van losse entiteiten en oorzaak-gevolg.
  • Streef naar een pluriversum: een wereld waarin vele werelden naast elkaar bestaan, in plaats van alles te onderwerpen aan één universeel westers model.

Kritisch denken over begrippen die positief klinken

Het kritische perspectief keert in het vak steeds terug bij begrippen die op het eerste gezicht alleen maar goed lijken: CSR (HC 1), veerkracht (HC 6), duurzame loopbanen en employability (werkgroepen), een sterke bedrijfscultuur (HC 8). Telkens vraag je: wie definieert dit, wie draagt de verantwoordelijkheid, en welke structurele ongelijkheid wordt erdoor onzichtbaar? Zo verschuift een neoliberale benadering verantwoordelijkheid van organisatie en overheid naar het individu.

Voor het tentamen
  • Kritische theorie: wetenschap is niet neutraal; de vragen zijn waar een theorie vandaan komt, waarom ze geloofd wordt en wie er belang bij heeft. Het doel is emancipatie van onderdrukte groepen.
  • Epistemische blindheid: het kennissysteem bepaalt welke kennis kan bestaan en wat waar is; geschiedenissen van ras en kolonialisme worden weggelaten.
  • Epistemisch wissen: alternatieve kennis wegzetten als traditioneel, bijgeloof of etnowetenschap. Herken dit in een casus waarin lokale praktijken als "bijgeloof" worden afgedaan.
  • Epistemisch reductionisme: andere kennis terugbrengen tot een hanteerbaar westers model.
  • Weet waarom Banerjee zowel contextualisering als inheemse theorie onvoldoende vindt.

Andere hoofdstukken van Inleiding Gedrag in Organisaties en Werk

Test jezelf met oefenvragen