HC 7: Globalisering
Globalisering is een van de meest gebruikte en minst begrepen woorden in de bedrijfskunde. Dit college vraagt wat globalisering eigenlijk is en bespreekt drie soorten antwoorden: de economische en geografische discussie (hyperglobalisten tegenover sceptici), de bedrijfsethische discussie over relativisme en universele normen, en de filosofische discussie over wat "wereld" betekent (Nancy en Sloterdijk). De stof komt uit het hoofdstuk "Globalisering" uit Bedrijfsethiek. Filosofische perspectieven.
Twee citaten
Het hoofdstuk opent met twee citaten met meer dan een eeuw ertussen. Marx en Engels schreven in 1848 in het Communistisch Manifest dat de behoefte aan een steeds groeiende afzetmarkt de bourgeoisie over de hele wereld jaagt en productie en consumptie een kosmopolitisch karakter geeft. Een HRM-handboek uit 1984 zegt dat vanuit het bedrijfsleven het opvallendste kenmerk van de economie de toenemende globalisering van concurrentie is: geïsoleerde markten worden onderling verbonden, misschien zelfs één wereldmarkt. Het punt: globalisering is geen nieuw verschijnsel, en zowel critici als managers zien het.
Peter Dicken: hyperglobalisme en scepticisme
| Positie | Opvatting |
|---|---|
| Hyperglobalisme | Globalisering is een hard feit dat niet te ontkennen valt. We leven in een grenzeloze wereld waarin cultuur, natiestaat en staatsburgerschap hun betekenis verliezen. Er ontstaat eenheid (one-ness) en consumentengedrag wordt homogeen, zodat bedrijven overal dezelfde producten kunnen verkopen. |
| Scepticisme | Er zijn nog steeds afzonderlijke culturen en staten; ook al zijn we allemaal consumenten, burgerschap blijft belangrijk. De openheid van de wereld wordt overschat: de wereld is nu in sommige opzichten minder open dan rond 1900. |
Een verrassende maar belangrijke stelling van de Britse geograaf Peter Dicken: antiglobalisten zijn hyperglobalisten. Ze zijn tegen globalisering juist omdat ze haar zien als een hard feit dat niet te ontkennen is. Ze zijn dus géén sceptici, want sceptici betwijfelen dat globalisering zo ver gaat. Dit was een oefenvraag.
Actueel: onder het motto America First ontmantelt president Trump volgens commentatoren de globalisering, of trekt hij Amerika in elk geval terug uit zijn centrale rol daarin.
Het liberale denken over globalisering
Liberalen kijken anders. Drie veronderstellingen:
- Een sterk geloof in vrijhandel (liberum commercium), een idee dat teruggaat op Hugo de Groot (Mare Liberum, begin zeventiende eeuw).
- Handel is goed, want wie handel drijft, voert geen oorlog.
- Conflicten moeten koste wat kost vermeden worden. Vandaar de grote belangstelling voor cultureel relativisme als tolerante denkwijze.
Relativisme en hypernormen
De bedrijfsethicus Norman Bowie definieert relativisme als de descriptieve claim dat ethische praktijken per cultuur verschillen, zodat wat in de ene cultuur goed is in de andere als slecht geldt. Hij stelt dat als Romeinen zaken doen met Japanners, er een moraal moet zijn die zakenmensen in beide steden kunnen onderschrijven, ook al blijven ze over andere morele kwesties van mening verschillen.
Deze houding leidt vaak tot ethische richtlijnen voor multinationals (MNC's). Een voorbeeld uit het hoofdstuk, samengevat:
- geen opzettelijke directe schade toebrengen;
- meer goed dan kwaad doen voor het gastland;
- bijdragen aan de ontwikkeling van het gastland;
- de mensenrechten van werknemers respecteren;
- een eerlijk deel belasting betalen;
- de lokale cultuur respecteren voor zover die geen normen schendt;
- met de lokale overheid samenwerken aan rechtvaardige instituties.
Toch veroorzaakt relativisme onrust. Men zoekt daarom naar regels die universeel (categorisch, denk aan Kant) gelden: hypernormen, verankerd in religie, filosofie en cultuur, die lokale normen overstijgen. Voorbeelden: respect voor de menselijke waardigheid en de veroordeling van slavernij.
Een alternatief geluid uit Mexico: Ibarra-Colado
De Mexicaanse organisatiewetenschapper Eduardo Ibarra-Colado formuleerde tien regels voor een andere, "transmoderne" ethiek. Samengevat:
- De basis van ethiek is de reflectieve bescherming van het leven; het doel is het welzijn van de mensheid.
- Dialoog en gesprek op basis van rede zijn het fundament van een nieuwe ethiek.
- Vrijheid, maar geen isolement of individualisme; de onaantastbare grens is de bescherming van het leven.
- Welvaart is slechts een middel; de economie moet de samenleving dienen.
- Bedrijven zijn daarom in wezen sociale, publieke entiteiten, en managers dienen het belang van de samenleving.
- De samenleving moet economie en bedrijven reguleren, en het aantal slachtoffers zo klein mogelijk houden.
- In een transmoderne wereld is er plaats voor iedereen.
Vergelijk dit met de MNC-richtlijnen: daar staat het bedrijf centraal en worden grenzen aan zijn gedrag gesteld; bij Ibarra-Colado staat het leven centraal en wordt het bedrijf ondergeschikt gemaakt aan de samenleving.
Filosofen tegen globalisering
Michael Hardt en Antonio Negri noemen twee problemen. Ten eerste verliest de democratie door globalisering haar band met oude betekenissen en praktijken: op wereldschaal hebben woorden als natie, parlement en verkiezingen weinig betekenis meer. Ten tweede hebben veel politici geen idee wat democratie in het tijdperk van globalisering kan betekenen. Velen denken dat globalisering gewoon vrijheid is, maar in feite komt die vrijheid neer op de soevereine heerschappij van privé-eigendom, en dat heeft weinig met democratie te maken.
Andere critici wijzen op de uitsluiting van armen, monocultuur en sympathie voor bewegingen als Occupy en de gele hesjes. Globalisering zou te veel een louter economisch proces zijn; de armen zouden de voortrekkers moeten worden van een andere, politiek bewuste globalisering.
De filosofische vraag: wat is globalisering eigenlijk?
Het hoofdstuk bekritiseert dat bijna niemand de vraag stelt wat globalisering eigenlijk is. Twee filosofen doen dat wel.
Jean-Luc Nancy: de wereld is één, en die eenheid is diversiteit
Nancy (1940-2020) stelt dat de wereld één is, maar dat deze eenheid niets anders is dan diversiteit. Mensen zijn wereldbewust geworden: wereldkampioenschappen, world-class, wereldrecords, Miss World. Dat wereldbewustzijn is nieuw. Hij bouwt voort op Heideggers vier betekenissen van "wereld":
- wereld als alles wat er is;
- wereld als deelverzameling (de wereld van de wiskundigen);
- wereld als ruimte waarin mensen leven (de voetbalwereld, de modewereld);
- wereld als wereldlijkheid (Weltlichkeit): de wereld is ook in ons. Mensen hebben een openheid naar de wereld (Weltoffenheit) die dieren missen, en kunnen daarom in verschillende werelden leven.
Nancy concludeert dat mensen actief vorm geven aan de wereld. Hoe divers de wereld ook is, alles raakt alles, wat hij uitdrukt met het woord expeausition (een samentrekking van exposition en peau, huid). De relativist zit ernaast: er is diversiteit, maar dat betekent niet dat we in verschillende werelden leven.
Peter Sloterdijk: globalisering als crisis van sferen
Sloterdijk (geb. 1947) ziet globalisering als een crisis van sferen. Sferen zijn gemeenschappen die als een beschermend huis werken: huizen, dorpen, steden, families, stammen, sekten. Globalisering is het proces waarbij een buitenwereld een binnenwereld binnendringt. Het is iets wat bij ons soort wezens hoort, dus iets antropologisch. Het beeld uit de film The Gods Must Be Crazy: een colaflesje dat uit een vliegtuig valt verstoort een hele gemeenschap.
| Fase | Kenmerk |
|---|---|
| Uranische of kosmologische globalisering | Oud-Grieks nadenken over het ronde: cirkels, bollen, sferen. Een intellectuele aangelegenheid. |
| Terrestrische globalisering | De ontdekkingsreizen van de zestiende en zeventiende eeuw. Praktisch, met de nadruk op ondernemersdeugden als risicobereidheid, avontuurlijkheid en winstzucht; de ondeugden werden lang genegeerd. |
| Schuimwereld | De sferen bieden geen immuniteit meer. Ze botsen en spatten als zeepbellen (vandaar schuim). Door informatietechnologie beseffen mensen dat alles met alles samenhangt, wat oproept tot morele terughoudendheid. |
In de schuimwereld komen nieuwe dingen op de agenda: een roep om minder roekeloze waarden, een groter moreel bereik (expanding moral circle), het einde van eenzijdig westers zakendoen (de vroegere periferie wordt actief), verantwoordelijkheid die niet meer alleen binnen de eigen gemeenschap ligt, en het gevoel dat steeds meer mensen systeemrisico's lopen (klimaat, biodiversiteit): het precariaat.
Casus: een smeergeldcultuur in een exportland
Een Nederlands baggerbedrijf krijgt in een land waar "facilitatiebetalingen" gebruikelijk zijn het verzoek om een ambtenaar te betalen. Een relativist zegt: hier is dat normaal, pas je aan. Bowie zoekt een gedeelde zakelijke moraal die beide partijen kunnen onderschrijven. Het denken in hypernormen stelt dat corruptie een universele norm (eerlijkheid, rechtvaardige instituties) schendt. Ibarra-Colado vraagt of het bedrijf de samenleving dient of slachtoffers maakt. Nancy zou zeggen dat het bedrijf en het land niet in verschillende werelden leven: wat daar gebeurt, raakt ook ons. Sloterdijk ziet een schuimwereld waarin zulke praktijken niet meer verborgen blijven en terughoudendheid nodig is.
- Dicken: hyperglobalisme versus scepticisme; antiglobalisten zijn hyperglobalisten.
- Liberale veronderstellingen: vrijhandel (De Groot), handel voorkomt oorlog, relativisme als tolerantie.
- Bowie: relativisme als descriptieve claim; MNC-richtlijnen; hypernormen als universele normen.
- Ibarra-Colado: bescherming van het leven, bedrijven als publieke entiteiten.
- Hardt en Negri: democratie verliest betekenis, vrijheid wordt heerschappij van privé-eigendom.
- Nancy: eenheid is diversiteit, wereldbewustzijn, Heideggers vier betekenissen van wereld, expeausition, de relativist zit ernaast.
- Sloterdijk: crisis van sferen, uranisch, terrestrisch, schuimwereld, expanding moral circle, precariaat.