HC 3: Belanghebbenden
Wie of wat telt er mee als een bedrijf beslissingen neemt? Alleen de aandeelhouders, of ook werknemers, klanten, leveranciers, buurtbewoners en het milieu? Dit college behandelt de stakeholdertheorie van Ed Freeman, het beroemde debat met Milton Friedman, de actuele discussie over stakeholderkapitalisme en filantrokapitalisme, en de vraag hoe rationeel een afweging tussen belangen kan zijn (Habermas). De stof komt uit het hoofdstuk "Stakeholdertheorie" uit Bedrijfsethiek. Filosofische perspectieven en het artikel van Friedman uit 1970.
- Aandeelhouder (shareholder): eigenaar van een deel van de onderneming, met recht op winst.
- Belanghebbende (stakeholder): iedereen die door de onderneming geraakt wordt of haar kan raken. Aandeelhouders zijn dus één groep belanghebbenden onder vele.
- Aandeelhouderskapitalisme versus stakeholderkapitalisme: de vraag of een bedrijf in de eerste plaats voor zijn eigenaren of voor alle belanghebbenden werkt.
Wat is een belanghebbende?
Een belanghebbende is iedereen die, of alles wat, geraakt kan worden door de activiteiten van een bedrijf, instelling, partij of groep, en omgekeerd iedereen die zo'n organisatie kan raken. De reader omschrijft stakeholders als groepen of individuen die invloed kunnen uitoefenen op, of beïnvloed worden door, het realiseren van de doelen van de onderneming. Omdat belanghebbenden het succes van plannen kunnen beïnvloeden, is het verstandig (rationeel) met hen rekening te houden.
Het klassieke schema van Freeman (1984) zet de onderneming in het midden met pijlen in twee richtingen naar eigenaren, klanten, werknemers, leveranciers, concurrenten, overheden, lokale gemeenschapsorganisaties, consumentenorganisaties, milieuorganisaties, speciale belangengroepen en media. In de praktijk zijn stakeholderkaarten veel rommeliger: een universiteit of een zorgnetwerk heeft tientallen belanghebbenden die ook onderling met elkaar verbonden zijn.
Het Friedman-Freeman-debat
| Milton Friedman (1912-2006) | Ed Freeman (geb. 1951) |
|---|---|
| Een onderneming heeft één sociale verantwoordelijkheid: haar winst vergroten, binnen de algemeen aanvaarde spelregels (wet en ethische gewoonte). | Organisaties moeten een pluralistische kijk op de werkelijkheid hebben en niet slechts naar het belang van één belanghebbende kijken. |
| De manager is een agent (werknemer) van de eigenaren en moet hun geld besteden zoals zij dat willen. Wie geld uitgeeft aan 'maatschappelijke doelen' heft in feite belasting zonder democratisch mandaat. | Economische en sociale doelen scheiden is een drogreden: de separation fallacy. Economie en samenleving vormen één systeem. |
| Rekening houden met meer belanghebbenden dan aandeelhouders ondermijnt de democratie. Verdeling van welvaart is de taak van politici, het genereren van welvaart die van ondernemers. | Andere belangen dan die van aandeelhouders horen bij strategisch management. |
| Stakeholdertheorie is een vorm van socialisme; aandeelhouderskapitalisme dient de democratische instituties beter. | De theorie is prescriptief (zo zouden organisaties moeten handelen) maar ook descriptief juist: veel organisaties doen het al. |
In zijn artikel uit 1970 zegt Friedman ook dat alleen mensen verantwoordelijkheid kunnen hebben, niet "het bedrijfsleven". Een manager mag als privépersoon best geven aan goede doelen, maar dan besteedt hij zijn eigen geld en niet dat van de eigenaren.
Waarom doet dit debat ertoe? Het gaat over wat een samenleving van het bedrijfsleven mag verwachten, en uiteindelijk over het vertrouwen in het bedrijf als instituut en misschien zelfs in het kapitalisme zelf.
Stakeholderkapitalisme vandaag
De discussie is actueel. Klaus Schwab van het World Economic Forum pleitte voor een "grote reset" richting stakeholderkapitalisme; Donald Trump stond daar in 2020 en 2025 in Davos tegenover. Critici zeggen dat het stakeholderkapitalisme vooral bedoeld is om het kapitalisme te beschermen tegen de kapitalisten. Carl Rhodes spreekt in Woke Capitalism van een bedrijfsmoraal die de democratie ondermijnt.
Freeman zelf noemde in 2021 vier manieren om naar stakeholderkapitalisme te kijken:
- als pr: greenwashing en deugpronken;
- als echt, maar niets anders dan maatschappelijk verantwoord ondernemen met een sociale focus;
- als iets van elites die zich van bovenaf met overheidsbeleid bemoeien;
- als een manier van zakendoen: zo werkt de economie werkelijk. Dit is Freemans eigen opvatting, al ruim veertig jaar.
Filantrokapitalisme en hyperagenten
Ook buiten het bedrijf wordt gevraagd om meer te doen dan aandeelhouders tevreden houden. Bishop en Green (How Giving Can Save the World, 2009) noemen Bill Gates, Warren Buffett en George Soros hyperagenten: individuen die in hun eentje kunnen bereiken waar anders hele sociale bewegingen voor nodig zijn. Wie veel geld heeft, wordt geacht er iets fatsoenlijks mee te doen: richesse oblige.
Ook hier is kritiek:
- Rijkdom wil niet alleen luisteren maar ook gehoord worden.
- Filantrokapitalisme is ondemocratisch, misschien zelfs antidemocratisch (een argument dat aansluit bij Friedman).
- Wie rijk is, bepaalt de agenda, bijvoorbeeld van de wetenschap: onderzoek gaat waar het geld is.
- David Rieff wijst erop dat de machtigste, minst belaste en democratisch minst aanspreekbare groep ter wereld nu de taak krijgt om voor de armen te zorgen.
Habermas en communicatieve rationaliteit
In het ideaal is stakeholdertheorie rationeel, in de zin van communicatieve rationaliteit: elke belanghebbende heeft goede gronden voor zijn belang en kan die helder communiceren, zelf of via een vertegenwoordiger. De Duitse filosoof Jürgen Habermas (geb. 1929) levert hiervoor het kader.
- Het D-principe (discoursprincipe): de deelnemers aan het gesprek over belangen zijn het eens over de regels die alle deelnemers moeten respecteren.
- Dat kan alleen in een ideale gesprekssituatie: vrij van dwang, met gelijke kansen om te spreken. Habermas weet dat die situatie in werkelijkheid zelden bestaat, maar de deelnemers doen alsof ze mogelijk is.
- Van deelnemers wordt dus een zekere discipline verwacht. De vraag is of een stakeholderanalyse in de boardroom zich daaraan kan houden. Het hoofdstuk bespreekt de spanning tussen morele, ethische en juridische discoursen.
Freeman pleit voor redelijk pluralisme: zijn stakeholdertheorie is te verzoenen met een veelheid aan intellectuele en ethische benaderingen. Ze is dus geen gesloten leer die één ethische theorie voorschrijft (utilitaristisch, kantiaans of anders), maar een kader waarin verschillende benaderingen naast elkaar kunnen bestaan. Dit was een oefenvraag.
De stakeholdertheorie gaat volgens het hoofdstuk vooral over nieuwe mentale modellen voor managers en wetenschappers: anders leren kijken naar wat een onderneming is.
Kritiek op stakeholdertheorie
- In de praktijk kun je machtseffecten niet wegpoetsen met een beroep op rationaliteit. Er zijn altijd machtigere en minder machtige belanghebbenden.
- Denken is niet hetzelfde als doen: je kunt aan veel belanghebbenden denken zonder echt namens hen te handelen.
- Discussies over belanghebbenden leiden tot eindeloos gepraat, ondermijnen daadwerkelijke actie en bevorderen bureaucratie.
- Verantwoordelijkheid is uiteindelijk emotioneel en niet iets wat zuiver rationeel of systemisch te organiseren is.
- Er zijn verbanden met systeemtheorie en complexiteitstheorie, en dan rijst steeds de vraag hoeveel rationaliteit haalbaar is (begrensde rationaliteit, Simon).
- Als deel van corporate governance raakt het debat aan het verschil tussen het Angelsaksische model (aandeelhouders voorop) en het Rijnlandmodel of poldermodel (overleg met vele partijen).
Casus: sluiting van een fabriek
Een winstgevend bedrijf wil een fabriek in een kleine gemeente sluiten omdat productie in Oost-Europa goedkoper is. Friedman zou zeggen: als dit de winst verhoogt binnen de regels, is het de plicht van de manager; zorg voor werklozen is een taak van de politiek. Freeman zou zeggen: werknemers, gemeente en leveranciers zijn belanghebbenden met legitieme belangen; wie hen negeert, maakt de separation fallacy en schaadt op termijn ook het bedrijf (reputatie, vertrouwen, arbeidsmarkt). Een habermasiaanse aanpak vraagt om een open gesprek waarin alle partijen hun argumenten kunnen inbrengen. De kritiek waarschuwt dat zo'n gesprek in de praktijk door machtsverschillen bepaald wordt: de vakbond en de gemeente zitten niet op gelijke voet met de raad van bestuur.
- Definitie van belanghebbende (raken en geraakt worden).
- Friedman: enige verantwoordelijkheid is winst binnen de spelregels, manager als agent van de eigenaren, stakeholdertheorie is socialisme en ondemocratisch.
- Freeman: pluralisme, separation fallacy, prescriptief en descriptief, redelijk pluralisme, vier visies op stakeholderkapitalisme.
- Hyperagenten, richesse oblige en de kritiek dat filantrokapitalisme ondemocratisch is (Rieff).
- Habermas: communicatieve rationaliteit, D-principe, ideale gesprekssituatie als alsof.
- De kritiekpunten: macht, denken versus doen, bureaucratie, verantwoordelijkheid als emotie, Rijnlandmodel.