HC 5: Leiderschap
Leiderschap is in de bedrijfskunde een geliefd onderwerp: er zijn talloze boeken over visionaire, inspirerende en dienende leiders. Dit college kijkt er filosofisch naar en komt tot een ontnuchterende conclusie: leiderschap bestaat niet zonder volgers, het is iets wat volgers aan iemand toeschrijven, en de goedheid die we aan leiders toekennen is onderdeel van hoe leiderschap werkt. Behandeld worden de misverstanden over leiderschap, de esthetisering ervan, het Hitlerprobleem, en de twee lichamen van de koning (Kantorowicz, Žižek). De stof komt uit het hoofdstuk "Leiderschap" uit Bedrijfsethiek. Filosofische perspectieven.
Wat is leiderschap?
- Een leidinggevende (manager, politicus, baas) is niet automatisch een leider. Een leidinggevende kun je benoemen; een leider niet.
- Of iemand een leider is, hangt af van hoe volgers naar die persoon kijken. Volgers schrijven bepaalde eigenschappen toe aan wie zij als leider zien.
- Leiderschap is dus een interactieproces tussen volgers en leiders, of anders gezegd: een attributiefenomeen.
- Kernzin: zonder volgers geen leiders.
Misverstanden over leiderschap
Het college somt een reeks gangbare opvattingen op die elk iets missen:
- leiderschap is iets goeds;
- leiderschap gaat over resultaten;
- leiderschap heb je van nature;
- leiderschap kun je leren;
- leiderschap is er voor iedereen;
- leiderschap kun je organiseren;
- leiderschap hangt samen met karakter.
Al deze omschrijvingen vergeten de rol van de volgers. Ze zoeken leiderschap in de persoon van de leider, terwijl het in de relatie ontstaat.
De esthetisering van leiderschap
We maken van leiderschap vaak iets moois, iets wat we nodig hebben en absoluut niet kunnen missen. Thomas Carlyle (1795-1881) beschreef de leider als een fontein van licht vol mannelijkheid en heldhaftige adel, in wiens nabijheid iedereen begrijpt dat het goed met hem gaat. Dit is de grote-mannentheorie van leiderschap, met kenmerken als mannelijkheid, avontuurlijkheid, overschatting en de leider als beschermengel.
Ook moderne leiderschapstaal heeft iets religieus: leiders heten visionair, charismatisch, inspirerend, dienend, transformationeel of missionair. Het college spreekt van een ersatzreligie (vervangende religie). Dit is typisch, maar niet uitsluitend, Amerikaans; op de achtergrond speelt volgens Richard Hofstadter een vorm van anti-intellectualisme.
Goed leiderschap: ethisch of effectief?
Joanne Ciulla stelt dat we niet zozeer verward zijn over wat leiders doen, maar willen weten hoe ze het het best kunnen doen. De vraag naar goed leiderschap heeft twee betekenissen: ethisch goed en effectief. Die twee vallen niet vanzelf samen. Chester Barnard schreef in de jaren dertig bewonderend over de energie van Mussolini, de felheid van Hitlers redevoeringen en het uithoudingsvermogen van Roosevelt: effectiviteit en moraliteit lopen hier duidelijk uiteen.
Het Hitlerprobleem
Veel leiderschapsliteratuur, vooral over transformationeel leiderschap, neemt aan dat echte leiders moreel goed zijn. Dat leidt tot een drogreden:
- Premisse 1: alle (transformationele) leiders zijn moreel goed.
- Premisse 2: Hitler was moreel niet goed.
- Conclusie: Hitler was geen (transformationele) leider.
De drogreden is dat de conclusie wordt gebruikt om premisse 1 te bevestigen: elke slechte leider valt per definitie buiten de categorie, zodat de stelling dat leiders goed zijn nooit weerlegd kan worden. Het werkelijke probleem: waarom zouden leiders bij voorbaat goed zijn? Leiderschap is moreel een tweesnijdend zwaard: het kan de goede en de kwade kant op gaan.
Sverre Spoelstra vraagt waarom sommige ethici het zo moeilijk vinden te aanvaarden dat Hitler een leider was. We hebben er geen moeite mee dat er slechte leraren, artsen of wetenschappers bestaan, maar bij leiders willen we dat niet accepteren.
De toeschrijving van goedheid is onderdeel van hoe leiderschap in onze samenleving functioneert. Juist doordat volgers goedheid aan hun leider toekennen, kan die leider functioneren zoals hij functioneert.
De twee lichamen van de koning
De historicus Ernst Kantorowicz (1895-1963) beschreef in The King's Two Bodies hoe middeleeuwse juristen het gezag van de koning probeerden te handhaven. De koning heeft een natuurlijk lichaam, dat ziek wordt en sterft, en een tweede lichaam dat boven de natuur uitgaat: het ambt, de kroon. Dat tweede lichaam is een juridische fictie die het gezag in het land een permanent, persoonsoverstijgend karakter geeft. Daarom kon men roepen: de koning is dood, leve de koning. Het gezag sterft niet met de persoon.
De Sloveense filosoof Slavoj Žižek (geb. 1949) neemt dit idee over en stelt dat alle leiders twee lichamen hebben: een concreet lichaam en een subliem lichaam. Het concrete lichaam kan iedereen zien; voor het sublieme lichaam heb je een bepaalde gevoeligheid nodig. Het sublieme lichaam straalt alleen voor de volgers, zoals de halo rond het hoofd van heiligen en koningen.
- Charisma is geen persoonlijke eigenschap, maar iets wat we aan bepaalde personen toedichten. Het sublieme lichaam is niets anders dan de toeschrijving van buitengewone kwaliteiten (charisma, moed, onsterfelijkheid).
- Meestal worden zulke kwaliteiten aan mannen toegeschreven.
- In het interview uit 2013 legt Ten Bos uit dat er rond leiders een voortdurende strijd is tegen de zichtbaarheid van de echte persoon, die met hulp van voorlichters (en soms bedrijfsethici) achter een sluier moet blijven.
Hoe omschrijf je het tweede, sublieme lichaam bij Kantorowicz het best? Als een juridische fictie die het gezag een permanent, persoonsoverstijgend karakter geeft. Afleiders als "een fictie om kritiek te smoren" of "een alsof-gedachte die laat zien dat achter gezag een gewoon mens zit" missen dat het om de continuïteit van het gezag gaat.
Sterke leiders, zwakke volgers
In het interview waarschuwt Ten Bos voor de roep om sterk leiderschap: hoe sterker de leider, hoe zwakker de volger. Volgers zouden zich sterker moeten opstellen, meer risico nemen en hun nek uitsteken. Dat verbindt leiderschap met verantwoordelijkheid van iedereen in de organisatie.
Casus: de charismatische CEO
Een techbedrijf groeit snel onder een oprichter die op conferenties als visionair wordt onthaald. Medewerkers vertellen dat ze "alles voor hem doen". Als blijkt dat het bedrijf klantgegevens misbruikt, zeggen commentatoren dat hij "geen echte leider" meer is. Met dit college zie je: (1) zijn leiderschap bestond dankzij de toeschrijving door volgers en media; (2) het sublieme lichaam (de visionair) verhulde het concrete lichaam (een mens die fouten maakt); (3) de reactie "geen echte leider" herhaalt de drogreden van het Hitlerprobleem: in plaats van te erkennen dat een leider slecht kan zijn, wordt hij uit de categorie gezet; (4) zwakke, kritiekloze volgers maakten het misbruik mede mogelijk.
- Leidinggevende versus leider; leiderschap als attributiefenomeen; zonder volgers geen leiders.
- Misverstanden over leiderschap vergeten allemaal de volgers.
- Esthetisering (Carlyle, grote-mannentheorie) en ersatzreligie (religieuze termen, Hofstadter, anti-intellectualisme).
- Ciulla: goed is zowel ethisch als effectief.
- Het Hitlerprobleem als drogreden; leiderschap is een tweesnijdend zwaard (Spoelstra).
- Kantorowicz: tweede lichaam als juridische fictie voor permanent gezag; Žižek: concreet en subliem lichaam, charisma als toeschrijving.
Andere hoofdstukken van Bedrijfsethiek
- HC 1: Filosoferen over management
- HC 2: Beslissen
- HC 3: Belanghebbenden
- HC 4: Rechtvaardigheid
- HC 6: Maatschappelijk verantwoord ondernemen
- HC 7: Globalisering
- HC 8: Duurzaamheid
- HC 9: Het antropoceen
- HC 10: Drempelkunde en biodiversiteitsverlies
- HC 11: Doem
- HC 12: Waarschijnlijkheid
- HC 13: Het volk in de grot