HC 1: Filosoferen over management
Het eerste college stelt een vraag die in een bedrijfskundeopleiding zelden hardop wordt gesteld: wat is management eigenlijk, en waar haalt het zijn gezag vandaan? Bedrijfskunde gaat er doorgaans van uit dat management nodig, nuttig en neutraal is. De filosofie neemt die vanzelfsprekendheid juist onder de loep. Het college gebruikt daarvoor vooral het werk van de Franse rechtshistoricus Pierre Legendre, zoals besproken in het hoofdstuk "Het zachte imperium" uit Het laatste woord van René ten Bos. Wie dit college begrijpt, heeft de sleutel tot een thema dat de hele cursus terugkomt: de manier waarop het managementdenken kritiek opslokt, neutraliseert en zichzelf als natuurlijk presenteert.
- Filosoferen betekent hier: vanzelfsprekendheden bevragen. Niet "hoe doe ik iets efficiënter?" maar "waarom vinden we efficiëntie zo belangrijk, en wie bepaalt dat?"
- Ethiek is het nadenken over goed en kwaad handelen. Bedrijfsethiek past dat toe op organisaties, managers, markten en bedrijven.
- Aporie (Grieks: weg- of uitwegloosheid) is een vraagstuk waarbij er even goede argumenten zijn voor als tegen, zodat logisch redeneren alleen je niet tot een antwoord brengt. Het woord komt in elk college terug.
- De cursus combineert twee tradities: de analytische (Angelsaksische) filosofie, die werkt met heldere begrippen, argumenten en regels, en de continentale filosofie (Frans, Duits), die meer aandacht heeft voor taal, macht, geschiedenis en de grenzen van rationaliteit. Ten Bos staat duidelijk in de tweede traditie.
Drie manieren om over management te spreken
Er bestaat niet één verhaal over wat management is. Het college onderscheidt drie spreekwijzen, die elk iets anders benadrukken.
| Spreekwijze | Kernidee | Wat het laat zien |
|---|---|---|
| Bedrijfskundig | Managers ontwerpen organisatiestructuren: ze verdelen werk in taken en plakken die taken daarna weer aan elkaar (coördinatie, afstemming). | Management als technische, neutrale ontwerpactiviteit. Taakverdeling maakt efficiënt, coördinatie houdt het geheel bij elkaar. |
| Historisch | Managers vormen een buffer tussen de kapitalisten (eigenaren) en de arbeiders. | Management als tussenlaag die maatschappelijke conflicten dempt. Zonder die laag zou de spanning tussen kapitaal en arbeid veel groter zijn. |
| Cultuurkritisch | Het wereldwijde management is volgens Legendre een dictatuur zonder dictator, een nieuw dominium mundi (heerschappij over de wereld). | Management als macht die overal doordringt en zich onzichtbaar maakt. |
Bij de bedrijfskundige spreekwijze valt op dat het werk van een manager vooral uit praten bestaat: overleggen, afstemmen, coördineren. Managers hebben bovendien geen heldere professionele identiteit zoals een arts of advocaat. Je kunt management leren, maar dat betekent nog niet dat duidelijk is wat een goede manager is.
Kritiek op management is niet nieuw
De afkeer van management komt niet alleen van filosofen. Managementgoeroe Gary Hamel betoogde al in 2011 in Harvard Business Review dat de hiërarchische structuur zelf het probleem is. Zijn voorbeeld: als consument mag je tienduizenden euro's aan een auto uitgeven, maar als werknemer mag je vaak niet eens zelf een bureaustoel van een paar honderd euro bestellen. Hoe kleiner iemands beslissingsruimte, hoe minder hij geneigd is om mee te denken en initiatief te nemen. Het college verbindt dit met de huidige politieke aanvallen op bureaucratie en managementlagen (in 2025 in de Verenigde Staten). Kritiek op management is dus breed gedragen, van links tot rechts en van filosofen tot goeroes.
Efficiency als nieuwe referent
De kern van Legendres analyse is dat alles in het management draait om efficiency. Managers handelen uit naam van efficiency, zoals theologen en koningen vroeger handelden uit naam van God. Legendre noemt efficiency daarom de nieuwe referent: het ultieme punt waarnaar alles verwijst en dat zelf niet ter discussie staat. In de middeleeuwen verwees alles naar God; in de moderne organisatie verwijst alles naar efficiency.
Een referent is een waarde of instantie uit naam waarvan mensen handelen en die gezag geeft aan hun handelen. Voorbeelden naast efficiency zijn rechtvaardigheid, duurzaamheid, gezondheid en waarheid. Wie zich op de referent beroept, hoeft zich nauwelijks te verantwoorden: wie kan er nu tegen efficiency zijn?
In de aantekeningen bij het college wordt ook het onderscheid tussen efficiency (doelmatig omgaan met middelen, zo weinig mogelijk verspilling) en effectiviteit (het juiste doel bereiken) benadrukt. Het managementdenken laat efficiency vaak het hele denken over doelmatigheid overnemen: de vraag of we de goede dingen doen, verdwijnt achter de vraag of we de dingen snel en goedkoop doen.
Waar komt management vandaan?
- Management werkt als instituut ongeveer zoals het recht: het stelt regels, spreekt oordelen uit en claimt gezag.
- Het past bij een samenleving die niet meer op God vertrouwt maar op het eigen verstand. Management presenteert zich als wetenschappelijk, neutraal en objectief (denk aan het scientific management van Taylor).
- Het is een urbaan-industrieel verschijnsel: het hoort bij de stad en de fabriek. Op het platteland hebben mensen weinig met managers.
De traditie van de scientia civilis
Ten Bos plaatst management in de traditie van de scientia civilis, de burgerlijke wetenschap. De middeleeuwse denker Roger Bacon, bijgenaamd de Doctor Mirabilis (wonderdokter), geldt als wegbereider. Kenmerken van deze traditie:
- Kennis heeft een zuiver praktisch doel. De vraag hoe iets werkt is belangrijker dan de vragen waarom en waartoe.
- De scientia civilis valt samen met de scientia moralis: praktische kennis wordt vanzelf als moreel goed gezien. Wat werkt, is goed.
- Communicatio utilitatum: het delen van nut staat centraal. Hier ligt een brug naar het utilitarisme van college 2.
Gezag en dogmatiek
Management claimt altijd het gezag om te spreken, en daarmee ook het recht om anderen het zwijgen op te leggen. Het verschil tussen lijn en staf illustreert dat: wie in de lijn zit, beslist mee; wie in de staf zit, adviseert hooguit. Die positie wordt gelegitimeerd met een beroep op speciale kennis van de "kern", zoals artsen en priesters vroeger kennis van de kern claimden.
Daarbij speelt dogmatiek een grote rol. Kritiek wordt ontmoedigd, want kritiek is inefficiënt. Wie efficiency ter discussie stelt, wordt als dwaas weggezet. Het managementdenken beroept zich op gezond verstand en op wat "natuurlijk" is, en daarover valt niet te discussiëren. Ten Bos vat het samen: het managementdenken ensceneert de vanzelfsprekendheid en natuurlijkheid van zijn eigen gezag. Er mag niet getwijfeld worden.
Omdat dit gezag zich beroept op wat natuurlijk en gezond verstand is, kan het overal heen worden geëxporteerd. Management heeft universele pretenties: het zou goed zijn voor alle mensen en alle samenlevingen. Als nieuwe universele scientia civilis laat het geen enkele "buitenkant" bestaan. Dat is wat Legendre bedoelt met dominium mundi.
Drie technieken van de zachte dictatuur
Hoe houdt management dit universele gezag vast? Legendre en Ten Bos noemen drie technieken. Deze zijn tentamenstof bij uitstek (de eerste oefenvraag gaat erover).
| Techniek | Wat het is | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Coöptatie | Het vermogen om andere levensvormen en denklogica's in je op te nemen zonder dat dit iets verandert aan je eigen manier van leven en denken. Je gaat lijken op wat niet bij je hoort, zodat je niet opvalt en kritiek wordt ingekapseld. | Kritiek op het kapitalisme (duurzaamheid, MVO, 'woke', spiritualiteit) wordt overgenomen als managementinstrument en daarmee onschadelijk gemaakt. |
| Parasitisme | Management leeft van de mensen die het eigenlijke werk doen (docenten, vakmensen, schoonmakers), en de truc is dat niemand dat doorheeft. | Veel mensen beseffen niet hoeveel van hun werk tegenwoordig administratief en managerieel van aard is. |
| Verhulling | Management is een zachte dictatuur (une dictature molle): een macht die je niet ziet omdat managers vriendelijk zijn en geen opvallend vreemde dingen doen. | Een vriendelijke leidinggevende die alles in overleg doet, maar intussen het kader bepaalt waarbinnen dat overleg plaatsvindt. |
Coördinatie is een gewone bedrijfskundige taak (taken op elkaar afstemmen). Coöptatie is een machtstechniek: het inlijven van wat anders of kritisch is. In de oefenvraag over "gaan lijken op wat niet bij je hoort in de hoop dat je niet gezien wordt" is coöptatie het antwoord, niet coördinatie, parasitisme of management.
Conclusie en kritische vragen
Ten Bos vat management samen als een communicatieve, talige macht die in een lange traditie van religieus en juridisch denken staat en die zich manifesteert als een voortdurende oorlogsverklaring aan elke vorm van twijfel. Het college eindigt echter niet met een eenzijdige afrekening, maar met vragen:
- Klopt deze weergave van management? Hoe zou een samenleving die draait op arbeidsdeling er zonder managers uitzien?
- Zijn er echt zoveel managers? Volgens het CBS groeit hun aantal weer, en ook mensen die zich geen manager noemen doen veel managementwerk.
- Worden mensen ongelukkig van veel managers, en is de retoriek tegen managers wel verstandig?
Die open afsluiting is typisch voor de cursus: het doel is niet dat je een standpunt overneemt, maar dat je de vanzelfsprekendheid van een standpunt leert zien.
Casus: de efficiencyslag bij een thuiszorgorganisatie
Stel dat een thuiszorgorganisatie besluit om elke handeling bij een cliënt in minuten te registreren, zodat de planning efficiënter wordt. Vanuit de bedrijfskundige spreekwijze is dit taakverdeling en coördinatie. Vanuit Legendre zie je iets anders: efficiency fungeert als referent waartegen weinig in te brengen valt, de verzorgenden (die het echte werk doen) worden onderworpen aan administratie (parasitisme), en kritiek van verzorgenden wordt beantwoord met een "medewerkersparticipatietraject" dat niets aan het systeem verandert (coöptatie). Omdat iedereen vriendelijk blijft, merkt niemand dat er een macht werkt (verhulling).
- Ken de drie spreekwijzen over management (bedrijfskundig, historisch, cultuurkritisch) en wie bij de cultuurkritische hoort (Legendre: dictatuur zonder dictator, dominium mundi).
- Efficiency is de nieuwe referent, zoals God dat vroeger was.
- Scientia civilis (Roger Bacon): praktische kennis, de hoe-vraag, nut (communicatio utilitatum), praktisch is moreel.
- De drie technieken: coöptatie (inlijven van het andere), parasitisme (leven van het echte werk) en verhulling (zachte dictatuur). Leer ze herkennen in een beschrijving.
- Gezag via het beroep op gezond verstand en het natuurlijke; twijfel wordt als inefficiënt weggezet.