HC 3: Duurzaamheid en duurzaam ondernemerschap
Het derde hoorcollege (in het Engels) zet het begrip duurzaamheid in historisch perspectief, laat zien hoe duurzaam ondernemerschap wordt gedefinieerd en geeft een overzicht van verwante begrippen. Ook komt aan bod waarom mensen duurzaam ondernemer worden, welke rapportagekaders bestaan en welke kritiek er is. Dit is de theoretische kern van het vak: in je onderzoeksplan begin je met precies deze achtergrond (paragraaf 1.1).
- Duurzame ontwikkeling: ontwikkeling die voorziet in de behoeften van nu zonder de mogelijkheden van toekomstige generaties in gevaar te brengen.
- MVO / CSR: maatschappelijk verantwoord ondernemen, ofwel de verantwoordelijkheid die een bedrijf neemt voor zijn effecten op samenleving en milieu.
- Stakeholder: iedere partij die invloed heeft op of geraakt wordt door een organisatie: klanten, werknemers, leveranciers, omwonenden, overheid.
Wat is duurzaamheid? Drie discoursen
Duurzaamheid is volgens het college "niet nieuw, maar wel een recente hype". Giovannoni en Fabietti (2013) onderscheiden drie manieren waarop erover gesproken wordt:
| Discours | Waar gaat het om? | Mijlpalen |
|---|---|---|
| Ecologisch | De relatie tussen mens en natuur | Jaren 70: duurzaamheid staat gelijk aan milieukwesties. Jaren 90: definitie van duurzame ontwikkeling en de VN-conferentie over milieu en ontwikkeling in Rio |
| Sociaal | Sociale gelijkheid: sociale en verdelende rechtvaardigheid, gelijke omstandigheden | Jaren 90: MVO, stakeholdertheorie, corporate citizenship en bedrijfsethiek. Jaren 2000: de Millenniumdoelen verschuiven de aandacht van milieu naar sociale en economische kwesties |
| Bedrijfsmatig | "The business of staying in business": hoe blijft een bedrijf bestaan? | Gaat over het gebruik van hulpbronnen |
Het bedrijfsdiscours bevat een paradox. Bedrijven zijn een onvermijdelijk middel om duurzaamheid te realiseren, maar tegelijk liggen ze aan de basis van de uitputting van natuurlijke hulpbronnen en van sociale ongelijkheid. Ze zijn dus zowel probleem als oplossing.
Duurzame waarde en de SDG's
Het college toont een diagram met drie overlappende cirkels. Ecologische waarde (hernieuwbare grondstoffen, lage uitstoot, weinig afval, biodiversiteit, voorkomen van vervuiling), sociale waarde (gelijkheid en diversiteit, welzijn, gemeenschapsontwikkeling, zeker bestaan, arbeidsnormen, gezondheid en veiligheid) en economische waarde (winst, rendement op investeringen, financiële veerkracht, langetermijnwaarde, levensvatbaarheid en stabiliteit). Alleen in het overlappende midden ontstaat duurzame waarde. Dit is de kern van waardecreatie in dit vak: een bedrijf creëert pas duurzame waarde als het op alle drie de terreinen bijdraagt, niet als het op één terrein wint ten koste van een ander. De ondertitel van het cursusboek spreekt in dezelfde geest van blended value, gemengde waarde.
Als actieagenda voor duurzame ontwikkeling gelden de Sustainable Development Goals (SDG's) van de Verenigde Naties: zeventien doelen, onder meer geen armoede, geen honger, goede gezondheid, kwaliteitsonderwijs, gendergelijkheid, schoon water, betaalbare en schone energie, eerlijk werk en economische groei, innovatie en infrastructuur, minder ongelijkheid, duurzame steden, verantwoorde consumptie en productie, klimaatactie, leven in het water, leven op het land, vrede en partnerschap. De 2030-agenda uit 2015 biedt een kader voor wereldwijde samenwerking en heeft geleid tot meer institutionele steunprogramma's voor duurzaam ondernemerschap.
Definities van duurzaam ondernemerschap
Het college gebruikt twee formuleringen:
- Duurzaam ondernemerschap probeert waarde te creëren die goed is voor de samenleving, via het creëren en ontwikkelen van kansen in een onzekere omgeving. Dat vraagt risicobereidheid, een innovatieve houding en alertheid, gecombineerd met vaste ethische overwegingen. Het gaat om een evenwicht tussen economische gezondheid (profit), sociale gelijkheid (people) en ecologische veerkracht (planet), bereikt via ondernemend gedrag.
- Teran-Yepez en collega's (2020) spreken van een uniek perspectief dat ecologische, sociale en economische waarde combineert en gericht is op het welzijn van toekomstige generaties.
Waarom is het nodig? Er is een dringende praktische noodzaak: klimaatverandering, menselijke veiligheid, schaarste aan grondstoffen, aantasting van het milieu en economische instabiliteit. Duurzaam ondernemerschap speelt zowel op individueel als op organisatieniveau, en in allerlei landen, van arm tot rijk.
Vier perspectieven
| Perspectief | Ondernemerschap is een middel om... | Onderwerpen |
|---|---|---|
| Ecologisch | natuur en biologische ecosystemen te behouden, met economische winst voor investeerders, ondernemers en samenleving | Ecosystemen beschermen, klimaatverandering, ontbossing, biodiversiteit |
| Sociaal | culturele en sociale gemeenschappen te behouden, ook met economische winst | Diversiteitsmanagement, inclusie, duurzame loopbanen, etnisch minderheidsondernemerschap |
| Economisch | economische winst te maken voor investeerders, ondernemers en samenleving, terwijl er ook sociale en ecologische winst ontstaat | Welvaart vergroten, armoede bestrijden |
| Beleid | binnen wet- en regelgeving en milieunormen te opereren | Regels voor energie, afval en grondstoffen, arbeidsmarkt, sectorregels, betrokkenheid bij lokale gemeenschappen; crises (pandemie, oorlog, energie, vluchtelingen) laten structurele beperkingen zien |
In de kern gaat het steeds om hetzelfde: de organisatie leiden in het maken van evenwichtige keuzes tussen profit, planet en people door ondernemend gedrag.
Verwante begrippen
| Begrip | Kern | Verschil met duurzaam ondernemerschap |
|---|---|---|
| MVO (CSR) | Verantwoordelijkheid van vooral winstgerichte bedrijven | MVO begeleidt de kernactiviteit; bij duurzaam ondernemerschap zit duurzaamheid in de kernactiviteit |
| Sociaal ondernemerschap | Missiegedreven, gericht op sociale waarde | Duurzaam ondernemerschap pakt sociale én ecologische problemen aan en moet daarbij voldoende winst maken |
| Ecologisch ondernemerschap (ecopreneurs) | Economische waarde creëren door milieuproblemen op te lossen | Richt zich alleen op de ecologische pijler |
| Transformationeel ondernemerschap | Ondernemerschap bevorderen via een systeembenadering voor sociaaleconomische ontwikkeling | Gericht op transformatie van een heel systeem |
| Ethisch ondernemerschap | Onderneming gebouwd op eerlijkheid, integriteit, fatsoen en efficiëntie | Nadruk op ethische principes, niet per se op de drie pijlers |
| Triple bottom line | Prestaties meten op people, planet en profit | Een meetkader, geen vorm van ondernemen |
Ondernemerschap kan ook binnen bestaande organisaties plaatsvinden: corporate entrepreneurship, intern ondernemerschap, corporate venturing, interne ventures, nieuwe businessontwikkeling, intrapreneurship en strategische vernieuwing. Dat werkt hoofdstuk "WG 3: Duurzaam ondernemerschap in organisaties" verder uit.
Motivatie om duurzaam ondernemer te worden
- een duurzame houding;
- sociale normen: sociale druk om milieubewust te handelen;
- waargenomen wenselijkheid: hoe aantrekkelijk iemand het gedrag vindt;
- waargenomen haalbaarheid: hoe goed iemand denkt het te kunnen;
- een familiebedrijf als achtergrond.
Het verschil tussen wenselijkheid en haalbaarheid is belangrijk: iemand kan duurzaam ondernemen heel aantrekkelijk vinden, maar het niet doen omdat hij denkt dat hij het niet kan.
Rapportagekaders
Er bestaan veel kaders waarmee bedrijven over duurzaamheid rapporteren of zich laten beoordelen, zoals het Carbon Disclosure Project (CDP), het Global Reporting Initiative (GRI), een benchmark voor vastgoed, de Task Force voor klimaatgerelateerde rapportage, de Dow Jones Sustainability Index en Energy Star. Het grote aantal laat zien dat er geen eenduidige maatstaf is.
Werkt duurzaam ondernemerschap? Kritiek
Het college noemt drie kritiekpunten. Duurzaam ondernemerschap is soms te instrumenteel (duurzaamheid wordt een middel om winst te maken), te moralistisch (het preekt in plaats van iets te veranderen) en te naïef (het onderschat de omvang van de problemen). De achtergrond is het Antropoceen: het idee dat de mens de belangrijkste kracht is geworden die de aarde verandert. In dat tijdperk is "minder schade" niet genoeg.
Daarom presenteert het college nieuwere kaders die verder gaan dan "minder slecht": de regeneratieve circulaire-economieladder (van conventioneel via groen, duurzaam en herstellend naar regeneratief) en het regeneratieve bedrijfsmodel in de vorm van een canvas. Die worden uitgewerkt in de hoofdstukken over circulaire economie en bedrijfsmodellen.
Duurzaamheid dichtbij
Het college sluit af met de vraag hoe duurzaam je zelf bent. Met een ecologische-voetafdrukcalculator kun je berekenen hoeveel aardes nodig zouden zijn als iedereen leefde zoals jij. Op de campus bestaan initiatieven zoals een Green Office met studentencommunity en een regeling waarmee studenten een eigen groen idee kunnen uitvoeren. Ook kun je een aantekening voor duurzaamheid op je diploma halen (21 EC aan duurzaamheidsvakken plus een duurzame scriptie); dit vak telt daarvoor mee.
- Ken de drie discoursen van Giovannoni en Fabietti en de paradox van het bedrijfsdiscours.
- Leg uit dat duurzame waarde alleen ontstaat in de overlap van ecologische, sociale en economische waarde.
- Ken de vier perspectieven (ecologisch, sociaal, economisch, beleid) en de verschillen tussen duurzaam ondernemerschap en MVO, sociaal, ecologisch, transformationeel en ethisch ondernemerschap.
- Ken de vijf motivaties, met het verschil tussen waargenomen wenselijkheid en haalbaarheid.
- Ken de drie kritiekpunten (instrumenteel, moralistisch, naïef) en het begrip Antropoceen.
Andere hoofdstukken van Duurzaam Ondernemerschap
- HC 1: Introductie, teamwerk en teamrollen
- HC 2: Ondernemerschap als onderzoeksveld
- WG 2: Duurzame ondernemers, motieven en archetypen
- WG 3: Duurzaam ondernemerschap in organisaties
- WG 3: Ethiek, verantwoordelijkheid en greenwashing
- HC 4: Ondernemers in de praktijk en het interview
- WG 4: Duurzame bedrijfsmodellen en consumptie
- WG 4: Circulaire economie en regeneratief ondernemen
- HC 5: Van onderwerp naar doel- en vraagstelling
- HC 5: Kwantitatief onderzoek: survey en experiment
- HC 5: Kwalitatief onderzoek, casestudy en interventie
- WG 6: Onderzoeksplan en persoonlijk manifest
- WG 7: Het onderzoeksplan pitchen