HC 1: Introductie, teamwerk en teamrollen
Duurzaam Ondernemerschap is een projectvak. Je leert over het onderzoeksveld van duurzaam ondernemerschap, maar het vak draait vooral om twee eindproducten: een persoonlijk manifest (individueel) en een onderzoeksplan (in een team van vier). Dit eerste hoofdstuk legt uit hoe het vak in elkaar zit, waarom samenwerken zo centraal staat en welke hulpmiddelen je krijgt om een team goed te laten werken: kernkwaliteiten, de teamrollen van Belbin, een teamprofiel en heldere samenwerkingsafspraken. Wie deze basis overslaat, merkt dat later in het semester: de meeste problemen in projectteams ontstaan niet door de inhoud, maar door onduidelijke afspraken.
- Hoorcollege (HC): een college voor de hele jaargroep, hier vijf in totaal. Werkgroep (WG): een kleine groep met een vaste docent, waar je opdrachten bespreekt en in je team werkt.
- Intervisie: een korte bijeenkomst (ongeveer 15 minuten per team) waarin je voortgang en vragen bespreekt met je docent.
- Empirisch onderzoek: onderzoek waarbij je zelf gegevens uit de werkelijkheid verzamelt, bijvoorbeeld met interviews of een vragenlijst. In dit vak ontwerp je zo'n onderzoek, maar je voert het niet uit.
Plaats in de opleiding en leerdoelen
Bedrijfskunde leidt op tot een academisch professional: iemand die zelfstandig, kritisch en systematisch problemen in organisaties kan herkennen en aanpakken. De opleiding is gericht op de praktijk en op interventies, volgens de keten onderzoek, kennis, interventie, verbetering. Daarnaast wil de faculteit dat organisaties maatschappelijke uitdagingen aanpakken en zo sociale en economische waarde creëren. Duurzaam ondernemerschap past daar precies in.
Het vak bouwt voort op eerdere vakken: Inleiding Verantwoordelijke Organisatie (met een hoofdstuk over entrepreneuring), Inleiding Marketing en Strategie en Academische Vaardigheden (waar je een systematische literatuurstudie maakte). Ook Organisatietheorie en Kwantitatieve Methoden 1 zijn relevant.
De leerdoelen zijn kort samengevat:
- kennis van en inzicht in het concept duurzaam ondernemerschap;
- problemen in organisaties rond duurzaam ondernemerschap herkennen;
- praktijkvoorbeelden koppelen aan theorieën over duurzaam ondernemerschap;
- een onderzoek ontwerpen over een thema binnen dit veld en een compleet en samenhangend onderzoeksplan schrijven;
- reflecteren op eigenaarschap en eigen verantwoordelijkheid in teamwerk;
- het eigen onderzoeksplan presenteren in een pitch.
Let op de beperking: je leert de voorbereidende fase van onderzoek. Je verzamelt en analyseert geen data en schrijft geen conclusies.
Opbouw van het vak
De cursus loopt over blok 3 en 4 (6 EC, ongeveer 168 uur). Er zijn vijf hoorcolleges: een introductie, twee colleges over ondernemerschap en duurzaam ondernemerschap, een panel met duurzaam ondernemers (de RU College Tour) en een methodecollege. Daarnaast zijn er werkgroepen met zes voorbereidende opdrachten, twee intervisies, een pitchworkshop en een laatste werkgroep met de pitches.
Het onderzoeksplan wordt opgebouwd in vijf fasen:
- Oriëntatie: begrijpen wat duurzaam ondernemerschap is en welke thema's en vraagstukken spelen.
- Desk- en literatuuronderzoek: inlezen op een onderwerp en relevante literatuur verzamelen.
- Onderzoeksopzet: een methode kiezen die past bij doel en onderzoeksvraag.
- Intervisie: voortgang bespreken en feedback krijgen.
- Pitch: het plan live of via video presenteren.
Elke week lever je verplicht een voortgangsdocument van het onderzoeksplan in (dat telt mee voor het criterium samenwerking en voortgang). Voor het persoonlijk manifest kun je optioneel wekelijks een stuk inleveren voor feedback.
Toetsing
| Onderdeel | Vorm | Weging | Minimum |
|---|---|---|---|
| Persoonlijk manifest | Individueel, 1600 tot 2500 woorden | 50% | 5,5 |
| Onderzoeksplan | Team van vier, 3500 tot 4500 woorden, inclusief pitch | 50% | 5,5 |
Beide onderdelen moeten minstens een 5,5 zijn. Te laat inleveren geeft een 1,0, niet inleveren een 0,0. Aanwezigheid bij werkgroepen is verplicht: wie meer dan twee bijeenkomsten mist, voldoet niet aan de minimumeisen. Generatieve AI mag niet worden gebruikt voor de inhoud van de eindproducten; hooguit voor brainstormen of spellingscontrole, en dan alleen gemeld bij de docent met de volledige chat erbij. Ander gebruik geldt als mogelijke fraude.
Een onderzoeksplan als ondernemingsplan
Het vak vergelijkt een onderzoeksplan met een ondernemingsplan. Een ondernemer schrijft een plan om te laten zien dat een bedrijf haalbaar is; een onderzoeker schrijft een onderzoeksplan om te laten zien wat hij gaat onderzoeken, waarom en hoe. In de praktijk gebruiken universiteiten, consultancybureaus en onderzoeksbureaus zulke plannen om financiering of opdrachten binnen te halen. Ze worden beoordeeld op haalbaarheid, betrouwbaarheid, kosten en organisatorische of maatschappelijke impact.
Samenwerken in een team
Samenwerken wordt gezien als een competentie van de toekomst. Het betekent: samen werken aan een doel binnen een bepaalde tijd. Daar hoort meer bij dan het eindresultaat: teamrollen, leiderschap, teamdynamiek, communicatie, motivatie, deadlines, tijdmanagement en planning. Het vak vraagt je daarom om vóór de start na te denken over hoe je samenwerkt.
Een voorbeeld uit de werkgroep is de cultuur bij een Nederlandse online bank: van elke vergadering worden dezelfde dag notulen gemaakt, elk verzoek krijgt een harde deadline, medewerkers reageren binnen een uur en bevestigen opdrachten met een kort "ack", en elke dag sturen ze een overzicht van wat ze gedaan hebben. Het voorbeeld laat zien dat een team expliciete afspraken over communicatie en verantwoording kan maken. Of je die strengheid wilt, is een keuze die je als team zelf bespreekt.
De werkgroep stelt ook lastige vragen: wat doe je als een teamgenoot twee dagen voor de deadline stopt, niet meer reageert of zich niet aan afspraken houdt? En kies je liever een teamgenoot die je kent (met kans op een lager cijfer) of een onbekende met wie je misschien beter presteert? Zulke vragen dwingen je om vooraf een achtervang te regelen.
Kernkwaliteiten
Ter voorbereiding kies je uit een lange lijst (bijvoorbeeld analytisch, creatief, betrouwbaar, verbindend, kritisch) vijf eigenschappen die bij je passen. Daarna laat je twee mensen uit je omgeving elk vijf kwaliteiten kiezen en maak je een definitieve selectie van drie. Het doel: weten wat jij in een team kunt inbrengen. Door anderen te vragen corrigeer je je zelfbeeld; mensen onderschatten of overschatten zichzelf vaak.
De teamrollen van Belbin
Meredith Belbin onderzocht waarom sommige teams beter presteren dan andere. Zijn conclusie: een goed team heeft niet per se de slimste mensen, maar een evenwichtige mix van teamrollen. Een teamrol is de manier waarop iemand zich in een team gedraagt en bijdraagt. Belbin onderscheidt negen rollen in drie groepen.
| Groep | Rol | Bijdrage | Toelaatbare zwakte |
|---|---|---|---|
| Actiegericht | Vormer (Shaper) | Gedreven en uitdagend, zet druk en ruimt obstakels op | Ongeduldig, snel geprikkeld, kan anderen kwetsen |
| Bedrijfsman (Implementer) | Zet ideeën om in praktische plannen en taken, ordelijk | Vasthoudend aan regels, minder open voor nieuwe mogelijkheden | |
| Zorgdrager (Completer Finisher) | Nauwkeurig, ziet fouten, maakt het werk af | Piekert, geeft moeilijk iets uit handen | |
| Mensgericht | Voorzitter (Co-ordinator) | Brengt mensen bij elkaar, coördineert, zoekt een gezamenlijk besluit | Kan wat manipulatief zijn, schuift eigen werk door |
| Groepswerker (Teamworker) | Behulpzaam, diplomatiek, luistert, zorgt voor sfeer | Ontloopt conflicten, besluiteloos onder druk | |
| Bronnenonderzoeker (Resource Investigator) | Extravert, enthousiast, legt contacten en verkent kansen | Te optimistisch, verliest interesse als het enthousiasme weg is | |
| Denkgericht | Plant | Creatief, onorthodox, brengt nieuwe ideeën | Mist details, communiceert soms slecht |
| Monitor (Monitor Evaluator) | Nuchter, weegt alle opties kritisch af | Afstandelijk, weinig inspirerend | |
| Specialist | Brengt zeldzame vakkennis in | Draagt alleen bij op een smal gebied |
Belangrijk is het begrip toelaatbare zwakte (allowable weakness): elke sterke kant heeft een keerzijde die je accepteert omdat de sterke kant het waard is. Een plant die briljante ideeën heeft, vergeet weleens een deadline; een zorgdrager die alles controleert, vindt delegeren lastig. Belbin ziet een rol bovendien niet als vast label. Het is een momentopname: in het ene team ben je plant, in het andere groepswerker. Verschillende taken vragen verschillende combinaties van rollen.
In de werkgroep bepaal je eerst individueel welke rollen bij je passen, wat je sterke en zwakke punten zijn en welk gedrag je frustreert (en bij welke rol dat hoort). Daarna maakt het team een teamprofiel: welke rollen zijn aanwezig, welke ontbreken, wat zijn de sterke punten en de uitdagingen? Ontbreekt bijvoorbeeld een zorgdrager, dan spreek je af wie aan het eind de tekst controleert.
Opdracht 1: algemene voorwaarden voor samenwerking
Het eerste voortgangsdocument is een set afspraken, vastgelegd in een gedeeld document met negen punten:
- titel van het onderzoeksplan (voorlopig);
- gegevens van de teamleden;
- afspraken over communicatie (kanalen, vaste overlegmomenten, reactietijd);
- verwachtingsmanagement (welk cijfer wil je halen, hoeveel inzet lever je);
- teamprofiel met teamrollen;
- afspraken over verantwoordelijkheden, inclusief afwezigheid en achtervang;
- persoonlijke doelen;
- planning en tijdmanagement;
- takenlijst voor de komende week.
Verwachtingsmanagement is vaak het punt waar het misgaat: als één teamlid voor een 9 gaat en een ander voor "minimale inzet, maximaal resultaat", ontstaat frustratie. Daarom bespreek je dat expliciet.
Bij de afspraken hoort een escalatieprocedure: wat gebeurt er als iemand zich niet aan afspraken houdt? Een voorbeeld is een stappenplan van een e-mail aan het teamlid (met de docent in cc), een gesprek, een tweede waarschuwing en uiteindelijk een formele verwijdering uit het team. Zo'n stap telt alleen als de formele berichtgeving is gevolgd. Meeliften (freeloading) wordt niet geaccepteerd; wie pas vlak voor de deadline aan de bel trekt, kan door de docent weinig meer geholpen worden.
De andere rode draad: het persoonlijk manifest
Naast het teamwerk schrijf je individueel een manifest over "de zin en onzin van duurzaam ondernemerschap". In week 1 schrijf je al voor jezelf op wat je nu vindt van duurzaamheid, ondernemerschap en duurzaam ondernemerschap. In de weken daarna reflecteer je op literatuur, discussies, het panel, het interview en gesprekken buiten de universiteit. Het manifest laat zien hoe je standpunt zich ontwikkelt (zie hoofdstuk "WG 6").
- Ken de twee eindproducten, hun weging (elk 50%) en de eis dat beide minstens 5,5 zijn.
- Ken de negen Belbin-rollen, hun indeling in actie-, mens- en denkgerichte rollen en het begrip toelaatbare zwakte. Kun je bij een beschreven gedrag de rol noemen?
- Begrijp waarom een rol een momentopname is en geen vast label.
- Weet wat er in de samenwerkingsafspraken hoort, met name verwachtingsmanagement en een escalatieprocedure.
Andere hoofdstukken van Duurzaam Ondernemerschap
- HC 2: Ondernemerschap als onderzoeksveld
- WG 2: Duurzame ondernemers, motieven en archetypen
- HC 3: Duurzaamheid en duurzaam ondernemerschap
- WG 3: Duurzaam ondernemerschap in organisaties
- WG 3: Ethiek, verantwoordelijkheid en greenwashing
- HC 4: Ondernemers in de praktijk en het interview
- WG 4: Duurzame bedrijfsmodellen en consumptie
- WG 4: Circulaire economie en regeneratief ondernemen
- HC 5: Van onderwerp naar doel- en vraagstelling
- HC 5: Kwantitatief onderzoek: survey en experiment
- HC 5: Kwalitatief onderzoek, casestudy en interventie
- WG 6: Onderzoeksplan en persoonlijk manifest
- WG 7: Het onderzoeksplan pitchen