Naar de inhoud
Steven’s StudyHub

Begrippen Bedrijfsethiek

Aporie
Een vraagstuk waarbij er even goede argumenten zijn voor als tegen, zodat redeneren alleen geen uitweg biedt. Een aporie vraagt niet om een oplossing maar om een beslissing.
Referent
De waarde of instantie uit naam waarvan mensen handelen en die gezag geeft, zoals vroeger God. Volgens Legendre is efficiency de referent van het management.
Dominium mundi
Heerschappij over de wereld. Legendre gebruikt het voor het wereldwijde management dat universele geldigheid claimt en geen buitenkant laat bestaan.
Dictatuur zonder dictator
Legendres typering van het geglobaliseerde management: een macht zonder aanwijsbare heerser, die overal doordringt.
Scientia civilis
Burgerlijke, praktische wetenschap (wegbereider Roger Bacon) die vraagt hoe iets werkt en niet waarom. Praktische kennis geldt daarin vanzelf als moreel goed.
Communicatio utilitatum
Het delen van nut als kern van de scientia civilis; nut staat centraal.
Coöptatie
Het inlijven van andere denklogica's of kritiek zonder dat de eigen manier van denken verandert. Kritiek wordt zo onschadelijk en bruikbaar gemaakt (bijvoorbeeld CSR, duurzaamheid, woke).
Parasitisme (management)
Management leeft van de mensen die het eigenlijke werk doen, zonder dat iemand dat doorheeft.
Verhulling (zachte dictatuur)
De macht van management blijft onzichtbaar omdat managers vriendelijk zijn en niets opvallends doen: une dictature molle.
Efficiency versus effectiviteit
Efficiency is doelmatig omgaan met middelen; effectiviteit is het juiste doel bereiken. Het managementdenken laat efficiency vaak het hele denken over doelmatigheid overnemen.
Utilitarisme
Ethiek waarin een handeling goed is als zij het geluk (plezier) van zoveel mogelijk mensen vergroot. Een vorm van gevolgenethiek.
Consequentialisme
Verzamelnaam voor ethische theorieën die een handeling uitsluitend beoordelen op haar gevolgen.
Rationele keuzetheorie
De managementversie van het utilitaristische uitgangspunt: mensen kiezen de optie die hun belangen het best dient.
Felicific calculus
Benthams morele rekenkunde: geluk en leed meten en optellen om te bepalen welke handeling het beste is.
Instrumenteel denken
Waarden en handelingen zien als middelen voor iets anders (bij Bentham: meer geluk). Niets is op zichzelf goed of slecht.
Deontologie
Plichtethiek: een handeling is goed of slecht op zichzelf, los van de gevolgen. De term werd bedacht door Jeremy Bentham.
Categorische imperatief
Kants onvoorwaardelijke morele gebod, dat geldt ongeacht wat je wilt bereiken. Je moet volgens een principe handelen dat voor iedereen kan gelden en mensen altijd ook als doel behandelen.
Hypothetische imperatief
Een voorwaardelijk gebod: als je X wilt, moet je Y doen. Voor Kant geen echt moreel gebod.
Autonomie
Bij Kant: jezelf als redelijk wezen de morele wet opleggen, in plaats van je te laten sturen door neigingen of anderen.
Deugdethiek
Ethiek die het karakter en de morele houding centraal stelt: wat zou een goed mens doen? Gaat terug op Aristoteles.
Hogere en lagere genoegens
Mills correctie op Bentham: niet elk plezier is gelijk; geestelijke genoegens wegen zwaarder dan zintuiglijke.
Begrensde rationaliteit
Herbert Simon: beslissers hebben beperkte informatie, denkkracht en tijd en kiezen daarom een oplossing die goed genoeg is (satisficing).
Morele verbeelding
Patricia Werhane: het vermogen je in anderen in te leven en buiten je eigen kader nieuwe, moreel betere opties te zien.
Différance
Derrida's woord voor het idee dat betekenissen altijd verschillen en altijd worden uitgesteld; morele begrippen zijn daardoor glibberig.
Sacrificium intellectus
Offer van het verstand: bij morele beslissingen moet je soms beslissen waar het verstand geen uitsluitsel geeft.
Klokkenluider
Iemand die misstanden naar buiten brengt. Ten Bos ziet hem als belichaming van de aporie: hij schendt loyaliteit en weet niet zeker of hij goed handelt.
Belanghebbende (stakeholder)
Iedereen die door de activiteiten van een organisatie geraakt kan worden of die organisatie kan raken.
Stakeholdertheorie
Ed Freemans theorie dat organisaties rekening moeten houden met alle belanghebbenden en niet alleen met aandeelhouders; zowel prescriptief als descriptief bedoeld.
Separation fallacy
Freemans term voor de drogreden dat je economische doelen los kunt zien van sociale en ethische doelen.
Redelijk pluralisme
Freemans opvatting dat stakeholdertheorie verenigbaar is met een veelheid aan intellectuele en ethische benaderingen.
Aandeelhouderskapitalisme
Opvatting (Friedman) dat het bedrijf er in de eerste plaats is om de winst voor de eigenaren te maximaliseren binnen de spelregels.
Stakeholderkapitalisme
Opvatting dat bedrijven de belangen van alle belanghebbenden moeten dienen; gepropageerd door onder meer het World Economic Forum.
Hyperagent
Een zeer rijk individu (zoals Gates of Buffett) dat in zijn eentje kan bereiken waar anders een hele sociale beweging voor nodig is.
Filantrokapitalisme
Het idee dat rijke ondernemers via giften maatschappelijke problemen oplossen. Kritiek: het is ondemocratisch omdat geld de agenda bepaalt.
Communicatieve rationaliteit
Habermas: rationaliteit die ontstaat in een open gesprek waarin iedereen zijn gronden helder kan inbrengen.
D-principe
Habermas' discoursprincipe: deelnemers aan het gesprek zijn het eens over de regels die iedereen moet respecteren.
Ideale gesprekssituatie
Een gesprek zonder dwang en met gelijke kansen; bestaat zelden, maar deelnemers doen alsof het mogelijk is.
Rijnlandmodel
Model van ondernemingsbestuur met overleg tussen vele partijen (ook poldermodel), tegenover het Angelsaksische aandeelhoudersmodel.
Dike en adikia
Grieks voor rechtvaardigheid en onrechtvaardigheid. Dike versterkt de gemeenschap (polis), adikia verzwakt haar.
Logos delotikos
De verhelderende rede: door taal te gebruiken geef je een situatie het etiket rechtvaardig of onrechtvaardig.
Krisis
Grieks voor beslissing. Bij Aristoteles is rechtvaardigheid een beslissing die in taal moet worden uitgesproken.
Pleonexia
Meer willen hebben dan je toekomt (pleon: meer, echein: hebben); onverzadigbare hebzucht die rechtvaardigheid ondermijnt.
Private vices, public benefits
Mandevilles stelling dat ondeugden van individuen, zoals hebzucht, de samenleving welvaart opleveren.
Organisatorische rechtvaardigheid
De mate waarin mensen ervaren dat ze eerlijk behandeld worden door hun organisatie, leidinggevenden en collega's.
Verdelende rechtvaardigheid
Rechtvaardigheid van uitkomsten: staat de beloning in verhouding tot de inspanning? Hoort bij equity theory.
Procedurele rechtvaardigheid
Rechtvaardigheid van het proces: consistentie, onpartijdigheid, accuratesse en vertegenwoordiging.
Interactionele rechtvaardigheid
Rechtvaardigheid in de omgang, vooral met gezagsdragers: waarachtigheid, uitleg, respect en fatsoen.
Equity theory
Theorie dat mensen hun inzet aanpassen als de beloning niet in verhouding staat tot wat ze leveren.
Het gelaat (Levinas)
Het gezicht van de ander dat een oneindige eis tot goed doen uitstraalt; de ander telt zwaarder dan ik.
De derde (Levinas)
De andere ander naast degene voor wie ik verantwoordelijk ben; daardoor ontstaat rechtvaardigheid, die de oneindige ethische eis altijd compromitteert.
Dikastocratie
Een samenleving waarin rechters de baas zijn (dikastes: rechter).
Leider versus leidinggevende
Een leidinggevende kun je benoemen; een leider niet, want leiderschap hangt af van de toeschrijving door volgers.
Attributiefenomeen
Leiderschap bestaat doordat volgers bepaalde eigenschappen aan iemand toeschrijven: zonder volgers geen leiders.
Esthetisering van leiderschap
Leiderschap mooier maken dan het is, als iets wat we absoluut nodig hebben (vergelijk Carlyle).
Grote-mannentheorie
Opvatting dat geschiedenis wordt gemaakt door heldhaftige, mannelijke leiders (Carlyle).
Ersatzreligie
Leiderschapstaal met religieuze termen (visionair, charismatisch, missionair) die functioneert als vervangende religie.
Hitlerprobleem
De drogreden dat leiders per definitie goed zijn en slechte leiders dus geen echte leiders zijn, waarbij de conclusie de premisse bevestigt.
Twee lichamen van de koning
Kantorowicz: naast het natuurlijke lichaam heeft de koning een tweede lichaam, een juridische fictie die het gezag een permanent, persoonsoverstijgend karakter geeft.
Subliem lichaam
Žižek: het lichaam van de leider dat alleen voor volgers straalt; de toeschrijving van buitengewone kwaliteiten zoals charisma.
Charisma
Geen persoonlijke eigenschap maar een kwaliteit die volgers aan iemand toedichten.
Maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO)
Vrijwillig streven naar verbetering door economische, milieu- en sociale overwegingen geïntegreerd in de bedrijfsvoering op te nemen, in overleg met belanghebbenden.
Corporate social responsiveness
Tweede fase in de betekenisverschuiving van CSR: hoe goed reageert het bedrijf op maatschappelijke druk?
Corporate social performance
Fase waarin maatschappelijke prestaties meetbaar worden gemaakt, net als financiële.
Value attunement
Het idee dat managers zelf meer moeten nadenken over hun eigen waarden en normen; hoort bij de terugkeer naar corporate social responsibility.
Corporate financial performance
De cynische eindstand van CSR: maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen omdat het geld oplevert.
Woke capitalism
Carl Rhodes: bedrijven die progressieve morele standpunten innemen; volgens hem ondermijnt dit de democratie.
Hyperglobalisme
Peter Dicken: de opvatting dat globalisering een onontkenbaar feit is waarin naties en culturen hun betekenis verliezen. Ook antiglobalisten zijn hyperglobalisten.
Scepticisme (globalisering)
De opvatting dat globalisering overschat wordt: culturen, staten en burgerschap blijven belangrijk.
Liberum commercium
Vrijhandel; een liberaal ideaal dat teruggaat op Hugo de Groot (Mare Liberum).
Cultureel relativisme
De claim dat ethische praktijken per cultuur verschillen, zodat wat hier goed is elders slecht kan zijn.
Hypernormen
Universele normen, verankerd in religie, filosofie en cultuur, die lokale normen overstijgen, zoals respect voor menselijke waardigheid.
Transmoderne ethiek
Ibarra-Colado: ethiek gebaseerd op de bescherming van het leven, waarin bedrijven publieke entiteiten zijn die de samenleving dienen.
Expeausition
Nancy's woord (exposition en peau) voor het idee dat in de diverse wereld alles alles raakt.
Weltoffenheit
Heidegger: de openheid van de mens naar de wereld, waardoor hij in verschillende werelden kan leven.
Sferen
Sloterdijk: beschermende gemeenschappen zoals huizen, dorpen en families. Globalisering is een crisis van sferen.
Schuimwereld
Sloterdijks fase van globalisering waarin sferen als zeepbellen botsen en geen immuniteit meer bieden.
Precariaat
Bij Sloterdijk: de groeiende groep mensen die systeemrisico's lopen, zoals klimaatverandering en biodiversiteitsverlies.
Duurzaamheid versus duurzame ontwikkeling
Duurzaamheid is het ideaal of de toestand; duurzame ontwikkeling is de reeks maatregelen die het mogelijk moet maken.
Triple bottom line
Het idee (Elkington) dat een bedrijf op drie lijnen wordt beoordeeld: economisch, sociaal en ecologisch.
Eco-efficiëntie
Meer produceren met minder milieubelasting; een strategisch argument omdat het op termijn kosten verlaagt.
Brundtlanddefinitie
Duurzame ontwikkeling voorziet in de behoeften van nu zonder toekomstige generaties te beperken. Kritiek: arrogant en gaat ervan uit dat huidige behoeften al bevredigd zijn.
Natuurlijk contract
Serres: naar analogie van Hobbes' sociale contract een contract met de natuur, gedragen door angst voor wat er met de planeet gebeurt; een fictie.
Matters of fact
Latour: harde, meetbare, onbetwistbare feiten met heldere grenzen, waarbij de wetenschapper neutraal is.
Matters of concern
Latour: omstreden, complexe kwesties zonder heldere grenzen die iedereen raken en de wetenschapper tot deelnemer maken.
Antropoceen
Tijdperk waarin de mens (anthropos) de nieuwe (kainos) bepalende factor op aarde is; term van Paul Crutzen.
Holoceen
Het huidige officiële geologische tijdvak, sinds de laatste ijstijd.
Stratigrafie
De studie van aardlagen waarmee geologen tijdvakken afbakenen; reden voor hun bezwaar tegen de term antropoceen.
Kapitaloceen
Alternatieve naam voor het antropoceen die het kapitalisme en niet de mens als soort als oorzaak aanwijst.
Planetaire grenzen
De wetenschappelijk vastgestelde grenzen aan hoe zwaar de mensheid de aarde mag belasten zonder het ecosysteem blijvend te beschadigen (negen volgens het Stockholm Resilience Centre).
Veilige handelingsruimte
De zone waarbinnen menselijke activiteit kan plaatsvinden zonder onherstelbare schade aan levensondersteunende systemen.
Kantelpunt
Punt waarna een systeem door een kleine verandering onomkeerbaar in een andere toestand terechtkomt; Ten Bos spreekt van zoneverandering.
Grote acceleratie
De vrijwel gelijktijdige, steile stijging van menselijke activiteit en milieudruk sinds ongeveer 1950.
Pliocene wanhoop
Begrip uit Holubs gedicht over Lucy: een gezonde zelfscepsis tegen menselijk narcisme; misschien moeten de echte mensen nog komen.
Drempel
Een niet-lineaire overgang in het functioneren van gekoppelde mens-omgevingssystemen; een feitelijke stand van zaken.
Grens
Een door mensen bepaalde waarde die aangeeft of we nog op veilige afstand van een drempel zitten; zit in ons hoofd.
Earth System Science
Wetenschap die ervan uitgaat dat mens en natuur systemisch verbonden zijn en niet los van elkaar te bestuderen.
Collapsologisch denken
Rekening houden met de mogelijkheid van ineenstorting van systemen; volgens het Stockholm Resilience Centre noodzakelijk.
Achtergrondextinctie
Het natuurlijke uitsterven van soorten zonder menselijke invloed, ongeveer 0,1 tot 1 procent per miljoen jaar.
Zesde extinctie
De huidige massale uitstervingsgolf door menselijk toedoen, 100 tot 10.000 keer sneller dan de achtergrondextinctie.
Functionele extinctie
Een soort speelt geen betekenisvolle rol meer in een voedselketen of heeft geen levensvatbare populatie meer, ook al bestaan er nog exemplaren.
Genetische extinctie
Het verdwijnen van genen uit een soort, waardoor de genetische diversiteit afneemt.
Deontisch effect
De zesde extinctie zadelt mensen op met een morele plicht, omdat de mens de oorzaak is.
Grondnorm (Vollmer)
Een norm die samen met een feit leidt tot een normatieve aanbeveling; normen en feiten werken als een vermenigvuldiging.
Soglitude
Barazon: de kunst om drempels te ontwaren en in de oncomfortabele drempelzone te leven.
Antinatalisme
De opvatting dat het moreel beter is geen kinderen te krijgen.
Antropocentrisme als feit en wensbeeld
Hamilton: dat de mens dominant is, is een feit; dat het zo hoort te zijn, is een te bestrijden wensbeeld.
Doemsdagargument
Wiskundig argument (Carter, Leslie) dat de kans groter is dan we denken dat we tot de laatste mensen behoren; tempert het optimisme.
Antropodicee
Naar analogie van de theodicee: is het bestaan van de mens te rechtvaardigen als hij zoveel ellende veroorzaakt?
Biodicee
De vraag of het leven zelf te rechtvaardigen is als er zoveel leed is (Benatar, Cioran).
Antroponomie
Het toekennen van collectieve zedelijkheid aan de mens: we kunnen of moeten doen alsof we de dingen beter kunnen maken.
Waarschijnlijkheid
Kennis in termen van kansen in plaats van zekerheid; opgekomen als correctie op theologische en cartesiaanse zekerheid (Hacking).
Credence
Winsberg: klimaatwaarschijnlijkheden zijn uitingen van geloof, omdat we geen toegang hebben tot objectieve kansen.
Multifactorialiteit
Het kenmerk van complexe systemen dat er zeer veel factoren tegelijk in het spel zijn, zoals bij het klimaat.
Kalmeringstechnieken
Ghosh: manieren waarop mensen rust zoeken, zoals denken dat het ver weg gebeurt of dat het alarmisme is.
Absolute metafoor
Blumenberg: een beeld voor een totaliteit die we niet kunnen denken; waarheid, en misschien klimaat, zijn zulke metaforen.
Klimaatreligie
Populistische afwijzing van klimaatwetenschap, gevoed door het feit dat zij in waarschijnlijkheden spreekt en geen zekerheid biedt.
Grotallegorie
Plato's beeld van geketende mensen die schaduwen voor de werkelijkheid houden en zich moeilijk laten bevrijden.
Paideia
Grieks voor opvoeding en vorming; bij Plato het weerbaar maken van mensen tegen illusie en verlokking.
Kretenzerparadox
De paradox van Epimenides de Kretenzer die zegt dat alle Kretenzers liegen; roept de vraag op of we heimelijk naar illusie verlangen.
Informatie-infrastructuur
Het geheel van betrouwbare informatievoorziening (wetenschap, journalistiek) waarzonder een democratie niet kan functioneren.
Duistere verlichting
Stroming (Land, Yarvin) die waarheidsaanspraken wantrouwt en loyaliteit aan mensen boven loyaliteit aan waarheid stelt.
De kathedraal
Term van de duistere verlichting voor de als eenvormig ervaren linkse consensus in politiek, media en wetenschap.
Episteme en doxa
Episteme is ware kennis, doxa is mening. Critici van experts zeggen dat die alleen doxa leveren.
Crisis van de expertise
Het dalende vertrouwen in experts, die gezien worden als technici of als leveranciers van slechts een mening.